
Van dikke pizza naar dunne grenzen
Gisteravond bleek ik niet de enige fietser in het hotel. Onder de trap stonden, naast mijn blauwe ros, nog twee e-bikes. Van wie? Dat werd duidelijk bij het ontbijt: een Duits stel, dat de avond ervoor ook in het restaurant zat te eten.
Toen ik zelf daar gisteravond zat, bestelde ik pizza. Het bleek: American style. Dikke, droge bodem, gehakt, eieren, mozzarella – een soort baksteen met beleg. Ik probeerde ‘m te redden met pikante olie. En het vulde. Maar de bediening was zo laks dat ik mijn toetje maar heb laten voor wat het was.
Het hotel daarentegen was prima. Lekker geslapen. En dus op pad, richting het dal van de Vienne. Een mooie rivier, die door de eeuwen heen een indrukwekkend spoor heeft achtergelaten in het landschap. Jammer genoeg geen fietspad dat haar volgt – dus werd het opnieuw klimmen, dalen, puffen, genieten, en weer dalen.

Vandaag verliep verder rustig. De stad Chauvigny ligt aan het eind van mijn route. Een levendige plek, met een municipale camping waar de regels even stevig zijn als de kasteelmuren. Bij binnenkomst: eerst een plattegrond, dan lopend een plekje uitzoeken, vervolgens het nummer terugmelden aan de receptie. Pas dan mag je met je fiets naar binnen. Regels zijn regels – vooral als ze uitgesproken worden door een madame met stalen blik.
Daar ontmoette ik nog een Oostenrijks stel met tent en e-bikes. Helaas zat het hen niet mee: de crankas van hun fiets was kapot. De vrouw was duidelijk geëmotioneerd, maar er is hoop: twee kilometer verderop zit een fietsenmaker. En daar moet ze vandaag nog naartoe – morgen is het tenslotte Pinksteren.
Het zijn die onverwachte ontmoetingen, die van dikke bodems en dunnere grenzen, tussen pech en geluk, die elke dag weer kleur geven.

Relive
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie