Soms begint een fietsvakantie niet met trappen, maar met schuiven op een scherm.
Je hebt een idee. Van A naar B. Misschien langs een rivier, misschien met een omweg door een mooie streek, misschien juist zo autoluw mogelijk. Alleen: de perfecte route staat zelden kant-en-klaar op je te wachten.
En dat is juist het mooie. Zelf je fietsroute uitstippelen klinkt groter dan het is. Met een paar simpele stappen kom je al heel ver. Eerst grof, dan pas precies. Eerst de lijn, dan de details.
In ’t kort
- Zelf een fietsroute uitstippelen hoeft niet moeilijk te zijn
- Werk van grof naar fijn: eerst de lijn, daarna pas de details
- Handig voor meerdaagse tochten, onbekende regio’s en routes op maat
Nog aan het oriënteren? Bekijk hier alle fietstips.
Begin niet met details, maar met je hoofdlijn
De fout die veel fietsers maken, is dat ze meteen alles perfect willen plannen. Elk paadje, elke bocht, elke stop. Dat werkt meestal juist vertragend.
Beter is dit: bepaal eerst de ruggengraat van je route. Waar wil je echt langs? Eén of twee ankerpunten zijn vaak al genoeg. Een stad, een rivier, een pont, een campingzone of een mooie groene strook op de kaart. Dat is je basis. De rest volgt later.
In regio’s waar campings schaarser zijn, is het slim om in deze fase ook alvast naar overnachtingsmogelijkheden te kijken. Lees dan ook onze tips over Vrienden op de Fiets.
Kies één routeplanner en blijf daar eerst even bij
Wie tijdens het plannen steeds wisselt tussen allerlei apps en planners, raakt het overzicht snel kwijt.
Kies dus één planner voor je eerste versie. Niet omdat die meteen perfect moet zijn, maar omdat je dan rust houdt in je route. Als de hoofdlijn eenmaal staat, kun je altijd nog verfijnen.
Check drie dingen voordat je exporteert
Voor je je route opslaat of overzet, is het slim om nog even drie dingen te controleren.
1. Is de route logisch en fietsvriendelijk?
Voelt de lijn natuurlijk? Of slingert hij onnodig? Zit er een drukke weg tussen die je liever vermijdt?
2. Kloppen afstand en hoogtemeters?
Afstand alleen zegt niet alles. Een rit van 70 kilometer kan ontspannen zijn, of juist pittig, afhankelijk van wind, ondergrond en klimwerk.
3. Zitten er rare stukken in?
Denk aan doodlopende paden, vreemde omwegen of stukken die niet echt lekker fietsen. Juist die haal je er thuis liever uit dan onderweg.
Exporteer als GPX en test je route even
Heb je een eerste versie? Exporteer de route dan als GPX en open hem in je navigatie-app.
Dat is slim. Je ziet dan vaak meteen of er iets geks in zit. Een korte proefrit, of al is het maar een virtuele check, voorkomt verrassingen op dag één.
Gebruik je je telefoon voor navigatie, kijk dan ook eens naar een goede telefoonhouder voor fietsnavigatie.
Twee routeplanners die dit makkelijk maken
Er zijn veel routeplanners, maar twee hulpmiddelen springen er voor veel fietsers uit: Judise en cycle.travel.
Judise
Judise is een eenvoudige Nederlandse routeplanner. Handig als je graag met knooppunten werkt en snel overzicht wilt. Je ziet hoogtemeters, kunt routes opslaan en eenvoudig exporteren als GPX. Ook kun je er makkelijk een afbeelding van je route van maken.
cycle.travel
cycle.travel is vooral fijn als je autoluw en logisch wilt plannen. Deze planner helpt je vaak vanzelf naar rustige, fietsvriendelijke lijnen.
Mijn praktische advies:
- kies Judise als je graag simpel en overzichtelijk werkt
- kies cycle.travel als je vooral een rustige, fietsvriendelijke route zoekt
Meer tips over navigeren en routes overzetten vind je ook in onze tips over navigatie (volgt).
Plan je overnachtingen pas ná je hoofdlijn
Het werkt vaak het best om eerst je route grof te tekenen en daarna pas je overnachtingszones te kiezen.
Dat is logisch ook. Als je te vroeg je slaapplaatsen vastzet, ga je de route soms forceren. Beter is: eerst kijken hoe de lijn natuurlijk loopt, en daarna bepalen waar een stop prettig voelt.
Heb je je GPX-track eenmaal staan, kijk dan ook waar campings langs je fietsroute liggen. Dat voorkomt onrust onderweg.
Een kleine checklist voor vertrek
Voor je vertrekt, is het handig om deze punten nog even langs te lopen:
- ik heb een hoofdlijn met één of twee ankerpunten
- ik heb afstand en hoogtemeters gecontroleerd
- ik heb rare of onlogische stukken eruit gehaald
- ik heb mijn route als GPX geëxporteerd
- ik heb de route alvast geopend in mijn navigatie-app
Houd bij het plannen ook rekening met je bagage. Een stabiel beladen fiets rijdt prettiger, zeker op langere dagen. Lees ook onze tips over veilig fietsen met bagage.
Veelgemaakte fouten bij routeplanning
Er zijn een paar fouten die veel fietsers maken:
- in één keer de perfecte route willen maken
- te veel omwegen toevoegen
- een GPX exporteren zonder controle
- steeds wisselen tussen planners
Mijn advies: probeer niet meteen perfect te plannen. Maak je eerste versie gerust een beetje ruw. Voeg mooie lusjes of varianten later pas toe. En controleer altijd even of je GPX echt klopt.
Dat scheelt onderweg vaak meer gedoe dan je denkt.
Hoe weet je of je route niet te zwaar is?
Kijk niet alleen naar de afstand, maar ook naar de hoogtemeters. En wees eerlijk over je tempo.
Dat is vaak de kern. Een route moet niet alleen haalbaar zijn op papier, maar ook prettig voelen in jouw dagritme. Zeker op fietsvakantie wil je liever wat overhouden dan elke dag op het randje rijden.
Ga je de hoogte in, bekijk dan ook onze tips voor fietsen in de bergen.
Tot slot
Routeplanning is geen wiskunde. Het is vooruitdenken met ruimte voor verrassing.
Zet eerst een simpele lijn neer. Kijk daarna pas naar details, stops en verfijning. Zo maak je een route die niet alleen klopt op de kaart, maar ook lekker fietst in het echt.
Plan jij je routes graag strak, of juist met een paar opties per dag? Laat het gerust weten in een reactie.
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie