Wie een lange fietsdag voor de boeg heeft, beschikt eigenlijk over een beperkte hoeveelheid brandstof. Zonder e-bike zit die brandstof vooral in je eigen lichaam. Met een e-bike krijg je er een tweede voorraad bij: de accu.
Maar in beide gevallen geldt hetzelfde principe. Energie die je niet verspilt, hoef je ook niet opnieuw op te wekken.
Economisch fietsen gaat daarom niet over zo langzaam mogelijk rijden. Het gaat over slim omgaan met snelheid, trapfrequentie, wind, banden, bagage, versnellingen en, wanneer je elektrisch fietst, de ondersteuning van de motor.
De Italianen hebben er een mooie term voor: efficienza di pedalata. Vrij vertaald: efficiënt trappen. Daarbij gaat het niet alleen om hoeveel kracht je levert, maar vooral om hoeveel van je beschikbare energie uiteindelijk wordt omgezet in beweging.
Dat is voor een vakantiefietser misschien wel interessanter dan pure snelheid.
De eerste motor ben je zelf
Bij een gewone fiets is het duidelijk: jij bent de motor. Maar eigenlijk verandert dat bij een e-bike niet. De elektromotor helpt je alleen.
Hoe economisch een fietsdag verloopt, begint dus bij de fietser.
De Italiaanse fietssite Bikeitalia maakt daarbij een interessant onderscheid tussen mechanische en metabolische efficiëntie. Mechanische efficiëntie gaat over de vraag hoeveel van de kracht die je levert daadwerkelijk de fiets vooruit helpt. Metabolische efficiëntie gaat over hoeveel energie je lichaam nodig heeft om die kracht te produceren.
Je kunt dus behoorlijk hard op de pedalen duwen zonder bijzonder economisch bezig te zijn.
Een mooie pedaalslag is juist gelijkmatig. Niet iedere omwenteling bestaat uit één enorme duw naar beneden, gevolgd door een bijna krachtloos gedeelte. De beweging blijft rustig en vloeiend en je bovenlichaam beweegt zo weinig mogelijk mee.
Je kunt het verschil soms gewoon zien. Een fietser die een te zware versnelling gebruikt, duwt het ene been naar beneden, kantelt een beetje op het zadel en doet daarna hetzelfde met het andere been. Er wordt hard gewerkt, maar niet noodzakelijk efficiënt.
Bestaat er een ideale trapfrequentie?
Daarover bestaan nogal wat stellige adviezen. Je zou 80, 90 of zelfs 100 omwentelingen per minuut moeten draaien.
Zo simpel ligt het niet.
Bikeitalia concludeert op basis van verschillende onderzoeken dat er geen universele ideale trapfrequentie bestaat. De economischste cadans hangt onder andere af van de fietser, het geleverde vermogen, de helling en de gekozen versnelling.
Dat is logisch. Een sterke wielrenner die 300 watt produceert, heeft iets anders nodig dan een vakantiefietser die met twee achtertassen urenlang ontspannen wil doorrijden.
Een te lage trapfrequentie heeft wel een duidelijk nadeel: iedere pedaalslag vraagt veel kracht. Je gaat stampen.
Een heel hoge trapfrequentie heeft de andere kant van hetzelfde probleem. Je benen moeten ontzettend veel bewegingen maken en ook daarvoor gebruikt het lichaam energie.
Economisch fietsen zit ergens daartussenin.
Voor veel recreatieve fietsers zal een ontspannen cadans ergens grofweg tussen 70 en 90 omwentelingen per minuut liggen. Zie dat niet als voorschrift. Belangrijker is dat je soepel kunt ronddraaien zonder zwaar te duwen of op het zadel te gaan stuiteren.
Vind je eigen economische trapfrequentie
Je kunt daar zelf mee experimenteren.
Zoek een vlakke weg zonder veel kruisingen en bij voorkeur zonder veel wind. Rijd eerst een tijdje rustig warm. Fiets vervolgens enkele minuten met ongeveer 70 omwentelingen per minuut. Houd je snelheid en inspanning zo constant mogelijk en kijk naar je hartslag.
Herhaal dat bijvoorbeeld met 80 en 90 omwentelingen.
Let niet alleen op de cijfers. Vraag jezelf ook af hoe het voelt. Moet je bij 70 rpm hard op de pedalen drukken? Word je bij 90 rpm onrustig? Bij welke trapfrequentie draaien je benen ontspannen rond terwijl hartslag en ervaren inspanning relatief laag blijven?
Waarschijnlijk zit daar ergens jouw economische cadans voor een rustige langeafstandstocht.
Een vermogensmeter maakt zo’n test nauwkeuriger, maar is absoluut geen vereiste. Een cadanssensor, hartslagmeter en je eigen gevoel vertellen al heel veel.
Snelheid kost meer dan je denkt
Wil je economisch fietsen, dan is snelheid een van de belangrijkste knoppen waaraan je kunt draaien.
Op vlak terrein wordt vanaf ongeveer 20 km/u de luchtweerstand een steeds belangrijker deel van de totale weerstand. Bovendien neemt de luchtweerstand sterk toe naarmate de snelheid stijgt.
Dat merk je onmiddellijk bij tegenwind.
De natuurlijke reactie is vaak: harder trappen om dezelfde snelheid vast te houden.
Economisch gezien kun je beter iets anders doen. Houd je inspanning ongeveer gelijk en accepteer dat je snelheid daalt.
Wie koste wat kost 24 km/u wil blijven rijden wanneer de wind tegenstaat, verbruikt veel meer energie dan iemand die zijn snelheid laat terugzakken naar bijvoorbeeld 19 of 20 km/u.
Voor een vakantiefietser is het uiteindelijk niet belangrijk hoe hard je om 10.00 uur rijdt. Het gaat erom hoe je je om 16.00 uur nog voelt.
Bij een e-bike komt daar iets bij. Het extra vermogen om die hoge snelheid tegen de wind in vast te houden komt voor een belangrijk gedeelte uit de accu. Je ziet de prijs van tegenwind dan letterlijk op het display verschijnen.
Maak jezelf kleiner in de wind
Je hoeft niet meteen als een tijdrijder over het stuur te gaan liggen.
Een iets minder rechte houding, de ellebogen wat smaller en een jas die niet als een vlag achter je wappert, kunnen al verschil maken.
Fiets je samen, dan kun je bovendien gebruikmaken van elkaars beschutting. Tegen de wind in achter elkaar fietsen bespaart energie. Degene die wat sterker is, kan wat langer op kop rijden.
Dat is geen wielerwedstrijd. Het is gewoon verstandig energiebeheer.
Leer de fiets rollen
Misschien is dit wel een van de eenvoudigste manieren om economischer te fietsen: kijk verder vooruit.
Wie voortdurend versnelt en vervolgens weer remt, gooit telkens energie weg.
Je hebt eerst energie gebruikt om fiets, bagage en fietser op snelheid te brengen. Wanneer je honderd meter later stevig in de remmen knijpt, verander je een deel daarvan in warmte. Vervolgens moet je opnieuw accelereren.
Bosch noemt frequent optrekken en afremmen niet voor niets als een van de factoren die de actieradius van een e-bike verminderen.
Maar voor een gewone fietser geldt exact dezelfde natuurkunde.
Zie je in de verte een rood verkeerslicht? Laat de fiets alvast uitrollen. Zie je een bocht? Stop eerder met trappen in plaats van tot het laatste moment vermogen te blijven leveren.
Economisch fietsen is voor een belangrijk deel de kunst van het rollen.
Schakel voordat het zwaar wordt
Nog een veelgemaakte fout: te lang in een zware versnelling blijven fietsen.
Vooral bij een klim zie je fietsers de snelheid steeds verder zien zakken terwijl ze dezelfde versnelling vasthouden. Pas wanneer de benen nauwelijks meer rondkomen, wordt teruggeschakeld.
Schakel eerder.
Daarmee houd je de pedaalslag soepel en voorkom je enorme pieken in de kracht die je per omwenteling moet leveren.
Voor e-bikes met een middenmotor is goed schakelen extra belangrijk. Bosch adviseert bij het wegrijden en op hellingen een lichte versnelling te gebruiken en daarna verder op te schakelen. Voor zijn aandrijvingen noemt Bosch trapfrequenties tussen 60 en 90 rpm als een gunstig bereik.
Dat betekent niet dat iedere fietser permanent 90 rpm moet draaien. De les is vooral: laat de benen draaien en probeer een motor niet met een loodzware versnelling het werk te laten oplossen.
Klimmen? Blijf zoveel mogelijk zitten
Even uit het zadel komen kan heerlijk zijn. Je verandert de belasting van je spieren en soms wil je gewoon even aanzetten.
Maar als het uitsluitend om energiezuinig klimmen gaat, is zitten meestal economischer.
Bikeitalia beschrijft onderzoek waarbij bij dezelfde belasting de ademhaling en het energiegebruik hoger waren tijdens staand klimmen dan bij zittend klimmen. Voor een lange klim is rustig blijven zitten en een lichte versnelling kiezen daarom meestal de zuinigste strategie.
En ook hier geldt weer: probeer niet koste wat kost dezelfde snelheid vast te houden. Laat op de klim de snelheid dalen en houd vooral je inspanning beheersbaar.
Bandenspanning: harder is niet altijd beter
Een zachte band vervormt en dat kost energie. De conclusie lijkt dus eenvoudig: zoveel mogelijk lucht erin.
Maar ook dat is genuanceerder.
Op zeer glad asfalt neemt de rolweerstand af wanneer de bandenspanning stijgt. Op oneffen asfalt, gravel en onverharde wegen kan een wat lagere druk juist efficiënter zijn. De band kan zich dan beter aanpassen aan de ondergrond in plaats van fiets en fietser voortdurend over iedere oneffenheid omhoog te tillen.
De juiste bandenspanning hangt bovendien af van de bandbreedte, het gewicht van de fietser, de bagage en de ondergrond.
Voor een vakantiefietser is de beste tip daarom niet: pomp je banden zo hard mogelijk op.
Wel: controleer de spanning regelmatig en pas hem aan je totaalgewicht, band en ondergrond aan.
En die vijf kilo extra bagage?
Gewicht speelt een rol, maar niet overal evenveel.
Op een vlakke weg is luchtweerstand bij een normale fietssnelheid veel belangrijker dan een paar kilo extra bagage. Zodra de weg omhoog loopt verandert dat.
Iedere extra kilo moet dan tegen de zwaartekracht omhoog.
Dat betekent dat je op een vlakke route door Nederland niet zenuwachtig hoeft te worden van een extra T-shirt. Tijdens een tocht door de Ardennen, de Vlaamse heuvels of de Alpen wordt het aantrekkelijker om eens kritisch in de fietstassen te kijken.
Gewicht besparen heeft op heuvelachtige reizen dus veel meer effect dan op een vlakke tocht.
Economisch fietsen met een e-bike
Met een e-bike komen alle voorgaande punten samen.
Wind, snelheid, gewicht, bandenspanning, optrekken, hellingen en je eigen trapfrequentie bepalen niet alleen hoeveel energie jij verbruikt, maar ook hoeveel de motor moet leveren.
De beste manier om actieradius te vergroten is daarom niet simpelweg de ondersteuning altijd zo laag mogelijk zetten.
Gebruik liever de laagste ondersteuning waarbij je prettig en soepel kunt blijven fietsen.
Wanneer je in Eco met 45 omwentelingen per minuut een helling op zit te stampen, ben je niet noodzakelijk economisch bezig. Terugschakelen en soepel blijven draaien is meestal verstandiger.
Bij e-bikes met een krachtsensor speelt bovendien je eigen pedaalslag mee. Een zeer ongelijkmatige trapbeweging zorgt ook voor wisselingen in de gevraagde motorondersteuning. Een gelijkmatiger pedaalslag kan daardoor ook de samenwerking tussen fietser en motor verbeteren.
Kijk eens naar Wh per kilometer
Een e-bike geeft ons iets wat een gewone fiets niet heeft: we kunnen een deel van ons energiegebruik daadwerkelijk meten.
Accucapaciteit wordt uitgedrukt in wattuur, Wh.
Daarmee kun je je fiets een soort brandstofverbruik geven:
verbruik in Wh/km = gebruikte energie uit de accu ÷ gereden kilometers
Een lage waarde betekent dat je economisch rijdt. Een hoge waarde vertelt dat de omstandigheden of je rijgedrag veel energie vragen.
Daarbij is het vooral interessant om je eigen ritten te vergelijken. Dezelfde fiets en dezelfde fietser kunnen op een vlakke dag met weinig wind heel andere waarden laten zien dan tijdens een zware heuvelrit met tegenwind.
Het wordt nog interessanter wanneer je onderweg kijkt wat er gebeurt wanneer je je snelheid iets verlaagt, eerder terugschakelt of één ondersteuningsstand minder gebruikt.
Zo wordt economisch fietsen bijna een spel.
Recupereren: energie terugwinnen tijdens de afdaling
Sommige achterwielmotoren kunnen tijdens het afdalen energie terugleveren aan de accu. Dit wordt recuperatie genoemd.
Verwacht daar geen wonderen van. De energie die je tijdens een klim gebruikt, krijg je nooit volledig terug.
Neodrives geeft voor zijn direct-drive achterwielmotoren aan dat intensief gebruik van recuperatie in heuvelachtig gebied de actieradius onder gunstige omstandigheden ongeveer 5 tot 10 procent kan vergroten. Een ander voordeel is dat de gewone remmen tijdens langere afdalingen minder worden belast.
Niet iedere e-bike kan recupereren. Bij veel middenmotoren is dit technisch niet mogelijk omdat de motor niet rechtstreeks door het achterwiel wordt aangedreven tijdens het uitrollen.
Tien regels voor een economische fietsdag
- Begin een lange fietsdag rustiger dan je denkt nodig te hebben.
- Zoek een trapfrequentie waarbij je soepel fietst zonder te stampen.
- Houd bij tegenwind je inspanning constant en laat je snelheid zakken.
- Kijk vooruit, laat de fiets rollen en voorkom onnodig remmen en optrekken.
- Schakel voordat de pedalen zwaar beginnen te draaien.
- Blijf tijdens langere beklimmingen zoveel mogelijk ontspannen zitten.
- Controleer je bandenspanning en stem die af op band, gewicht en ondergrond.
- Neem niet meer bagage mee dan je nodig hebt, zeker niet in de heuvels.
- Gebruik op een e-bike niet méér ondersteuning dan nodig, maar ook niet zo weinig dat je gaat stampen.
- Verdeel je energie over de hele dag. Het gaat niet om hoe snel je vertrekt, maar om hoe gemakkelijk je aankomt.
NB: mijn ervaring is dat ik de eerste 20 km analoog fiets; goed voor de conditie, de benen en de accu-reserve die je wellicht aan het einde van de dag nodig hebt.
Verder komen is iets anders dan harder rijden
Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste les.
Economisch fietsen betekent niet dat we voortaan langzaam moeten fietsen. Het betekent ook niet dat we voortdurend naar onze hartslag, cadans of accupercentage moeten kijken.
Het gaat om het voorkomen van verspilling.
Een mooie ronde pedaalslag. Op tijd schakelen. De fiets laten rollen. Niet vechten tegen iedere windvlaag. Een snelheid kiezen die je uren kunt volhouden. En op een e-bike de motor gebruiken als ondersteuning in plaats van als vervanging van je eigen benen.
Wie dat onder de knie krijgt, houdt aan het einde van de dag iets over.
Zonder accu zit dat restje energie in je benen.
Met een e-bike hopelijk óók nog een beetje in de accu.
En misschien is dat wel de beste definitie van economisch fietsen: niet zo weinig mogelijk energie gebruiken, maar zoveel mogelijk kilometers en fietsplezier halen uit de energie die je hebt.
Bronnen en verder lezen: Bikeitalia over efficienza di pedalata en cadenza di pedalata; Schwalbe over rolweerstand en bandenspanning; Bosch eBike Systems over actieradius, trapfrequentie en schakelen; Neodrives over actieradius en recuperatie.

Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie