Ondersteund, maar niet minder onderweg

Ondersteund, maar niet minder onderweg

Waarom eenvoudig onderweg en diep in de fietsbeleving niet ophoudt bij een elektromotor

Sinds ik bewust heb gekozen voor fietsen met ondersteuning, merk ik hoe snel een gesprek over fietsen verandert in een discussie over principes.

  • Is het nog wel echt fietsen?
  • Lever je niet iets wezenlijks in?
  • Hoort een fietsreis niet juist op eigen kracht te worden afgelegd?

De vragen zijn begrijpelijk. Ik heb ze mezelf ook gesteld. Want jarenlang was mijn lichaam de enige motor. De inspanning hoorde bij het reizen. Een berg beklimmen, tegen de wind in blijven trappen en na een zware dag vermoeid bij de tent aankomen: het gaf betekenis aan de kilometers.

Toch heb ik nu voor ondersteuning gekozen.

Niet omdat ik minder van fietsen ben gaan houden. Niet omdat ik geen moeite meer wil doen. En ook niet omdat iedere helling voortaan moeiteloos moet worden gladgestreken.

Ik heb gekozen voor ondersteuning omdat ik wil blijven fietsen op de manier die voor mij van waarde is: eenvoudig onderweg en diep in de fietsbeleving.

Twee fietsculturen op hetzelfde pad

De elektrische fiets is allang geen uitzondering meer. Bij de Nederlandse fietsspeciaalzaken was in 2025 ongeveer 63 procent van de verkochte fietsen elektrisch. Wat ooit vooral werd gezien als een hulpmiddel voor ouderen, is een belangrijk deel van de fietswereld geworden.

Dat zorgt voor beweging, maar ook voor wrijving.

Op fietsfora, in verenigingen en op sociale media lijkt het debat soms uit twee kampen te bestaan. Aan de ene kant staat de fietser voor wie reizen op eigen kracht een wezenlijk onderdeel van het avontuur is. Aan de andere kant staat de fietser die ondersteuning ziet als een manier om verder, langer of comfortabeler te blijven fietsen.

Bij Saint Christopher werd die spanning onlangs heel scherp beschreven. Daar klinkt de zorg dat gesprekken over routes, zelfredzaamheid en avontuur steeds vaker plaatsmaken voor vragen over accu’s, motorvermogen en stopcontacten. Er werd zelfs een aparte gemeenschap opgericht voor fietsreizen zonder stekker. Niet per se uit vijandigheid, maar vanuit de behoefte om een bepaalde vorm van fietsen te bewaren.

Die behoefte begrijp ik.

Fietsen op eigen kracht heeft een eigen schoonheid. De eenvoud van een mechanische fiets, het directe verband tussen inspanning en voortgang en de wetenschap dat je zonder stroom verder kunt, zijn waardevol. Wie daarvoor kiest, hoeft zich niet te verdedigen.

Maar waarom zou iemand die ondersteuning gebruikt dat wel moeten?

Vreemdgaan zonder wedstrijd

Het woord dat steeds terugkeert, is valsspelen.

Ook in buitenlandse kranten en fietstijdschriften blijkt dat hardnekkig. The Guardian beschreef al jaren geleden hoe e-bikers te horen krijgen dat ondersteuning “cheating” is. Het eenvoudige antwoord van de auteur was: valsspelen kan alleen wanneer er een wedstrijd, regels en een voordeel ten opzichte van anderen zijn. Een rit naar de winkel of door de heuvels is geen koers.

Cycling Weekly ging onlangs dieper in op het ongemak binnen de wielercultuur. Daarin wordt fietsen, vooral onder sportieve wielrenners, sterk verbonden met conditie, prestatie en identiteit. Wie ondersteuning gebruikt, kan daardoor het gevoel krijgen niet langer volledig bij de groep te horen. De discussie gaat dan niet werkelijk over de fiets, maar over de vraag wie zich een echte fietser mag noemen.

Dat is volgens mij precies waar de polarisatie ontstaat.

Wanneer fietsen een bewijs van kracht wordt, lijkt iedere vorm van hulp afbreuk te doen aan de prestatie. Maar een fietsreis is geen examen. Er staat niemand met een puntenlijst bij de camping. Er worden geen wattages gecontroleerd wanneer je een grens oversteekt.

Je hoeft onderweg niets te bewijzen.

De fiets was nooit alleen spierkracht

Het idee van de volledig zuivere fiets is bovendien minder historisch dan het lijkt.

Een fiets is altijd een machine geweest die menselijke kracht efficiënter maakt. De wielen, lagers, ketting en versnellingen zorgen ervoor dat je met dezelfde hoeveelheid energie veel verder komt dan wanneer je loopt. Het hele principe van fietsen is ondersteuning door techniek.

De eerste hoge fietsen waren snel, maar lastig en gevaarlijk. De introductie van de safety bicycle in 1885, met twee ongeveer even grote wielen en een ketting naar het achterwiel, maakte fietsen veiliger en toegankelijker. Daarna volgden luchtbanden, vrijloopnaven, betere remmen en versnellingen. Iedere uitvinding verminderde ongemak, vergrootte het bereik of maakte fietsen voor meer mensen mogelijk.

open pinion versnellingsblok
Het hele principe van fietsen is ondersteuning door techniek.

Ook die vernieuwingen werden niet zonder weerstand geaccepteerd.

De derailleur bestond al tientallen jaren voordat hij in 1937 in de Tour de France werd toegestaan. Tourdirecteur Henri Desgrange vond versnellingen lange tijd ongewenst, omdat ze het de renners te gemakkelijk zouden maken. Klimmen hoorde zwaar te zijn. Renners moesten lijden. Precies de woorden die nu soms over elektrische ondersteuning worden gebruikt.

Wat wij tegenwoordig als een gewone fiets beschouwen, is dus slechts een tussenstand in een lange technische ontwikkeling.

Zelfs de elektrische fiets is geen uitvinding van gisteren. In december 1895 kreeg Ogden Bolton een Amerikaans patent op een fiets met een elektromotor in het achterwiel. Het idee van een fiets waarop spierkracht en elektrische kracht samenkomen, bestaat bijna net zo lang als de moderne fiets zelf.

De grens tussen puur en technisch blijkt telkens te verschuiven.

bord met tekst E-bike ladestation met stopcontact op een houtenmuur
Iedere uitvinding verminderde ongemak, vergrootte het bereik of maakte fietsen voor meer mensen mogelijk.

Verdwijnt het fietsen op eigen kracht?

Toch zit er onder de weerstand een serieuze zorg.

Wanneer steeds meer mensen elektrisch fietsen, neemt het aanbod van gewone toer- en trekkingfietsen mogelijk af. Kennis over eenvoudige techniek kan verdwijnen. Fietsers kunnen afhankelijker worden van software, accu’s en onderdelen die onderweg niet te repareren zijn. De tocht kan zich ongemerkt gaan richten op actieradius en laadmogelijkheden in plaats van op vrijheid en improvisatie.

Dat zijn geen verzonnen bezwaren.

Een ondersteunde fiets is zwaarder en ingewikkelder. Er kan meer kapot. Een accu vraagt grondstoffen en zal ooit vervangen moeten worden. In trein, bus of vliegtuig levert het extra beperkingen op. En wanneer de route iedere dag wordt bepaald door het volgende stopcontact, heeft de techniek de vrijheid niet vergroot, maar juist verkleind. Saint Christopher wijst terecht op deze keerzijde van steeds zwaardere en sterker geïntegreerde e-bikes.

Mijn keuze voor ondersteuning betekent daarom niet dat ik alle kritiek terzijde schuif.

Integendeel. Ondersteuning moet ten dienste staan van de reis. De reis mag niet in dienst komen te staan van de motor.

Maar verdwijnt daarmee een hele cultuur van fietsen op eigen kracht?

Ik denk het niet.

De racefiets verdween ook niet toen de auto algemeen bezit werd. Wandelen verdween niet door de trein. Zeilen verdween niet door de motorboot. Mensen blijven kiezen voor een langzame, fysieke of eenvoudige manier van reizen, juist omdat die beperkingen betekenis geven.

De gewone vakantiefiets wordt misschien minder vanzelfsprekend. Daardoor wordt fietsen op eigen kracht eerder een bewuste keuze dan de enige beschikbare keuze.

Dat is verandering. Geen verdwijning.

Mijn keuze is geen afwijzing van inspanning

Ondersteuning neemt mijn eigen kracht niet over. Ze voegt iets toe wanneer ik daar behoefte aan heb.

Ik bepaal hoeveel hulp ik gebruik. Ik kan licht ondersteund fietsen, de motor uitzetten of meer hulp vragen wanneer een lange klim, harde tegenwind of vermoeidheid daar aanleiding toe geeft.

Daarmee verdwijnt de inspanning niet. Ze wordt doseerbaar.

Tijdens De Grote Zuidwaartse Boog zat ik 38 dagen op de fiets. Ik reed door verschillende landen en landschappen, over bergen en langs rivieren. Er waren dagen met hitte van 35 tot 36 graden, tegenwind, een lekke band, vermoeidheid en onzekerheid over de volgende overnachtingsplek.

De motor zette mijn tent niet op. Hij vond geen kamer toen een camping vol was. Hij bepaalde niet of ik links of rechts ging. Hij voelde de warmte niet, hoorde de kerkklokken niet en voerde de gesprekken onderweg niet.

Dat deed ik.

Ondersteuning veranderde hoeveel kracht ik voor een bepaalde snelheid nodig had. Ze veranderde niet waarom ik daar fietste.

Wat is eigenlijk fietsbeleving?

Fietsbeleving wordt soms bijna uitsluitend gekoppeld aan lichamelijke inspanning. Hoe zwaarder de klim, hoe echter de ervaring. Hoe dieper je hebt moeten gaan, hoe meer de aankomst waard zou zijn.

Inspanning kan inderdaad voldoening geven. “Gezond zwaar” is goed zwaar. Je voelt dat je leeft.

Maar fietsbeleving bestaat uit meer.

Het is het ritme van meerdere dagen onderweg. Het landschap dat niet plotseling verschijnt, maar langzaam verandert. De geur van regen op warm asfalt. Een onbekend dorp waar precies op het goede moment een café open blijkt te zijn. De stilte in je hoofd wanneer de keuzes van de dag weer eenvoudig worden.

Waarheen?
Wat eten we?
Waar slapen we?
Wanneer is het genoeg?

Onderzoek laat zien dat elektrisch fietsen nog steeds lichamelijke activiteit van doorgaans matige intensiteit oplevert. Doordat e-bikers vaker of verder kunnen fietsen, kan de totale beweging aanzienlijk blijven.

Een onderzoek onder mensen van 50 tot 83 jaar vond bovendien verbeteringen in cognitieve functies bij zowel gewone fietsers als e-bikers. De e-bikegroep liet daarnaast een verbetering van de gemeten mentale gezondheid zien. De onderzoekers wijzen niet alleen op inspanning, maar ook op het buiten zijn, navigeren en actief deelnemen aan de omgeving.

Dat komt dicht bij wat ik onder fietsbeleving versta.

Niet alleen je benen doen mee. Je zintuigen, aandacht, nieuwsgierigheid en vermogen om je aan te passen reizen net zo goed mee.

Eenvoud zit niet in het ontbreken van techniek

Een fiets zonder motor is technisch eenvoudiger. Daar valt weinig tegen in te brengen.

Maar eenvoudig onderweg zijn is iets anders dan reizen met zo weinig mogelijk onderdelen.

Eenvoud ontstaat wanneer je keuzes overzichtelijk blijven. Wanneer je niet voortdurend hoeft te presteren. Wanneer je genoeg marge hebt om een omweg te nemen, eerder te stoppen of juist nog een stuk door te fietsen. Wanneer de fiets geen doel op zichzelf wordt, maar een betrouwbaar middel om buiten te zijn.

Voor mij kan ondersteuning daaraan bijdragen.

Ik hoef niet iedere dag mijn maximale afstand te bewijzen. Ik hoef mijn route niet uitsluitend te laten bepalen door wat mijn benen op de zwaarste helling aankunnen. Ik kan energie overhouden om te kijken, te luisteren en ergens werkelijk aanwezig te zijn.

Daar zit wel een voorwaarde aan.

Ik wil niet dat de display belangrijker wordt dan het landschap. Ik wil niet voortdurend rekenen of zenuwachtig worden van een accupercentage. Ik wil niet dat meer ondersteuning automatisch leidt tot meer kilometers, meer snelheid en opnieuw prestatiedruk.

Dan zouden we met nieuwe techniek precies dezelfde valkuil creëren waarvan de fiets ons juist kan bevrijden.

Eenvoud betekent voor mij niet: zonder technologie.

Eenvoud betekent: de technologie blijft op de achtergrond en ik houd de regie.

Ruimte voor verschillende motieven

De fietser die bewust zonder ondersteuning over een bergpas rijdt, beleeft iets wat ik niet hoef te ontkennen. De volledige inspanning, zelfredzaamheid en beperking kunnen de reis verdiepen.

Maar het omgekeerde geldt ook.

Iemand die dankzij ondersteuning weer met een partner kan fietsen, een langere reis durft te maken of ondanks leeftijd en tegenwind buiten blijft, beleeft niet minder. Diegene beleeft iets anders.

Ons motief bepaalt wat bij ons past.

Wil je je fysieke grenzen onderzoeken, dan kan een fiets zonder motor de juiste keuze zijn. Wil je samen kunnen blijven reizen, meer aandacht voor de omgeving houden of je energie over meerdere dagen verdelen, dan kan ondersteuning juist vrijheid geven.

De ene keuze hoeft de andere niet kleiner te maken.

Een fietscultuur verdwijnt niet doordat er nieuwe fietsers bijkomen. Ze verarmt pas wanneer we de toegang bewaken en elkaar vertellen welke hoeveelheid inspanning nodig is om erbij te mogen horen.

Ondersteund en toch helemaal zelf

Mijn keuze voor ondersteuning is geen afscheid van de vakantiefietser die ik was.

Ik pak nog steeds zelf mijn tassen. Ik kies mijn route, regel mijn overnachtingen en moet omgaan met regen, hitte, pech en veranderende plannen. Ik stap nog steeds iedere ochtend zelf op. En uiteindelijk moet ik ook zelf blijven trappen.

Ik heb geen behoefte om fietsen op eigen kracht ouderwets te noemen. Ik heb evenmin behoefte om mijn eigen keuze als vooruitgang te verkopen.

Het zijn verschillende manieren om hetzelfde verlangen te volgen.

Het verlangen om te vertrekken. Om de wereld op menselijke schaal voorbij te zien komen. Om dagen eenvoudiger te maken en onderweg ruimte in je hoofd te vinden.

Daarom past ondersteuning voor mij wel degelijk bij FietsKriebels.

Niet als vlucht voor de inspanning.
Niet als middel om zo snel mogelijk aan te komen.
Maar als een bewuste keuze om te blijven doen wat mij dierbaar is.

Ondersteund, maar niet minder onderweg.

Eenvoudig onderweg. Diep in de fietsbeleving.


Geraadpleegde bronnen

Voor dit artikel raadpleegde ik onderstaande publicaties over de ontwikkeling van de fiets, elektrisch ondersteund fietsen, fietscultuur, lichamelijke activiteit en fietsbeleving.

Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?

5 reacties op “Ondersteund, maar niet minder onderweg”

  1. Ik ben gelukkig gezegend dat ik nog op een gewone fiets kan en mag fietsen, maar als ik zo om me heen kijk worden het er steeds minder die dat kunnen. Dat is wel wat mij opvalt en wat de reden ervan is, ik zou het niet weten. Ieder zijn ding natuurlijk, maar het is wel opvallend.

  2. Geweldig artikel.

    De sterkste zin vind ik “Ondersteuning moet ten dienste staan van de reis. De reis mag niet in dienst komen te staan van de motor.”

  3. Ik ben gelukkig gezegend dat ik nog op een gewone fiets kan en mag fietsen, maar als ik zo om me heen kijk worden het er steeds minder die dat kunnen. Dat is wel wat mij opvalt en wat de reden ervan is, ik zou het niet weten. Ieder zijn ding natuurlijk, maar het is wel opvallend.

  4. Mijn complimenten voor je heldere en voor iedereen begrijpelijke uiteenzetting, een genot om te lezen en ons eraan herinnerd dat een ieder z’n eigen keuzes mag maken. Die vrijheid willen we volgens mij allemaal maar betekent tegelijkertijd dat zoiets alleen mogelijk is als we de ander diezelfde vrijheid ook gunnen. Voor mij iets heel vanzelfsprekend.

    Ooit schreef ik het volgende gedicht om dat te duiden:

    Samen

    Wat zit de mens
    Vreemd in elkaar
    Ziet zijn eigen
    Perceptie als waar

    Zelfs als anderen
    Anders beweren
    Wil men er vaak
    Niets van leren

    Terwijl men innerlijk
    Wel degelijk voelt
    Dat diegene echt
    Hetzelfde bedoelt

    Wanneer komt die
    Langverwachte dag
    Dat men tezamen
    In vrede leven mag ?

    Allemaal veel, heel veel fietsplezier gewenst.
    met hartelijke groeten, Hans

Geef een reactie

Top

Ontdek meer van FietsKriebels

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder

Ontdek meer van FietsKriebels

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder

×