Een lekke band hoort een beetje bij fietsen. Niet leuk, meestal ongelegen, maar zelden het einde van je fietsdag. Zeker op fietsvakantie is het vooral belangrijk dat je weet wat je moet doen én dat je de juiste spullen bij je hebt.
Want midden in een regenbui langs een drukke weg uitgebreid een gaatje zoeken en een binnenband plakken? Dat kan. Maar meestal is er een eenvoudiger oplossing.
Mijn aanpak is simpel: onderweg zo snel mogelijk weer fietsen. Het echte reparatiewerk kan later.
Eerst: waarom is je band lek?
Voordat je een nieuwe of gerepareerde binnenband monteert, moet je eigenlijk altijd proberen de oorzaak van het lek te vinden.
Controleer daarom de buitenband zorgvuldig.
Voel voorzichtig met je vingers langs de binnenkant van de band en kijk ook aan de buitenzijde naar glas, steentjes, scherpe stukjes metaal, doornen of beschadigingen.
Een klein stukje glas kan nauwelijks zichtbaar zijn, maar nog wel diep genoeg in de buitenband zitten om je nieuwe binnenband binnen een paar honderd meter opnieuw lek te prikken.
Controleer ook het velglint. Een verschoven of beschadigd velglint kan ervoor zorgen dat de binnenband aan de binnenzijde lek raakt.
Onderweg? Ik monteer liever een reservebinnenband
Je kunt een lekke binnenband natuurlijk direct plakken. Toch heeft dat onderweg niet mijn voorkeur.
Op fietsvakantie wil ik vooral weer verder.
Daarom gaat bij mij, bij een gewone lekke band, meestal meteen een reservebinnenband in de fiets.
Dat heeft een paar voordelen:
- je bent sneller weer onderweg;
- je hoeft niet langs de weg naar een klein gaatje te zoeken;
- je hoeft niet te wachten tot lijm of plakker goed vastzit;
- je kunt de lekke binnenband later op een rustige plek repareren.
Op de camping kun je de binnenband oppompen, het lek rustig opsporen en hem goed plakken. Daarna kan die gerepareerde band weer als reserve mee.
Kom je onderweg langs een fietsenmaker en heeft die jouw maat op voorraad? Dan koop ik liever een nieuwe binnenband. Een goed geplakte binnenband kan prima dienstdoen als reserve, maar tijdens een lange fietsreis vind ik het prettig om weer een nieuwe, ongeplakte binnenband achter de hand te hebben.
Zo herstel je na een lek eigenlijk meteen je voorraad zekerheid.
Hoeveel reservebinnenbanden neem je mee?
Voor een meerdaagse fietstocht neem ik minimaal één reservebinnenband mee. Op een langere fietsreis zijn twee reservebinnenbanden zeker geen overbodige luxe.
Dat geldt helemaal wanneer je rijdt op een bandenmaat die niet iedere fietsenmaker standaard op voorraad heeft.
Controleer vóór vertrek daarom welke maat binnenband je nodig hebt. Kijk daarbij niet alleen naar de diameter van het wiel, maar ook naar de toegestane bandbreedte.
Een binnenband voor 28 inch is namelijk niet automatisch geschikt voor iedere 28-inch buitenband.
Op de zijkant van een fietsband staat allerlei informatie: inches, millimeters, ETRTO-maten, maximale druk en soms nog meer cijfers en letters. Voor wie er niet dagelijks naar kijkt, lijkt het soms wel geheimschrift.
Daar komen we in een volgende Fietstip uitgebreid op terug:
Fietsbanden en bandenmaten – zo lees je het geheimschrift op je band
Daarin kijken we naar de verschillende maten van fietsbanden, wat bijvoorbeeld 50-622 betekent, welke binnenband daarbij hoort en waar je bij de keuze van een nieuwe buitenband op moet letten.
Het lek zoeken

Wil je de lekke binnenband repareren, pomp hem dan eerst op.
Een groter lek hoor of voel je meestal snel.
Bij een klein gaatje helpt het om de band langzaam langs je wang of lippen te bewegen. Daar voel je ontsnappende lucht vaak beter dan met je handen.
Op de camping is water natuurlijk nog gemakkelijker. Houd steeds een gedeelte van de opgepompte binnenband onder water. Waar belletjes verschijnen, zit het lek.
Markeer het gaatje voordat je de band weer laat leeglopen.
Kijk daarna opnieuw waar dat gedeelte van de binnenband ongeveer in de buitenband zat. Zo kun je soms alsnog ontdekken waardoor het lek is ontstaan.
Dat is belangrijk. Alleen het gaatje repareren zonder de oorzaak weg te nemen, is vragen om een tweede lek.
Binnenband plakken
Een traditionele bandenplakker werkt nog altijd uitstekend.
Maak het gebied rond het gaatje schoon en droog. Ruw het oppervlak licht op met het schuurpapier uit de reparatieset.
Gebruik je een plakker met vulkaniseervloeistof, smeer dan een dun laagje rond het gaatje. Wacht vervolgens tot de vloeistof niet meer nat glanst. Daarna druk je de plakker stevig aan.
Er bestaan ook zelfklevende plakkers. Die zijn makkelijk en compact en kunnen onderweg handig zijn. Voor een permanente reparatie vertrouw ik zelf liever op een traditionele goede bandenplakker.
Pomp de binnenband na de reparatie weer een beetje op en controleer of hij echt dicht is.
En die spuitbus met antilekmiddel?
Er bestaan spuitbussen waarmee je via het ventiel afdichtmiddel en lucht in de band brengt.
Dat klinkt ideaal: bus aansluiten, inspuiten en weer fietsen.
En soms werkt dat prima.
Toch zou ik zo’n spuitbus vooral zien als noodoplossing en niet als vervanging van een reservebinnenband.
Een groter gat, een scheur in de buitenband of een beschadigd ventiel los je er niet mee op. Bovendien weet je vooraf nooit helemaal zeker of het middel het lek voldoende zal afdichten.
Heb je voldoende ruimte in je bagage, dan zou mijn volgorde daarom zijn:
reservebinnenband → reparatiesetje → eventueel een noodspuitbus.
Controleer ook de buitenband
Niet ieder lek is alleen een probleem van de binnenband.
Heeft een stuk glas of steen een flinke snee in de buitenband gemaakt, dan kan de nieuwe binnenband door die beschadiging naar buiten drukken.
Daarvoor bestaan speciale zogenaamde tire boots. Die leg je aan de binnenzijde van de buitenband over de beschadigde plek.
Heb je die niet bij je, dan kan een stevig stukje materiaal soms tijdelijk hetzelfde doen.
Zie het wel echt als een noodreparatie.
Een buitenband met een grote snee, een beschadigd karkas of zichtbare koordlagen moet zo snel mogelijk worden vervangen.
Tubeless? Dan werkt het iets anders
Steeds meer fietsen rijden tubeless: zonder traditionele binnenband.
Bij kleine gaatjes doet de sealant in de band vaak automatisch het werk. Soms merk je onderweg nauwelijks dat je lek bent gereden.
Een groter gaatje kun je vaak met een tubeless plug repareren.
Lukt dat niet, dan heb je nog een laatste mogelijkheid: alsnog een gewone binnenband monteren.
Daarom kan ook voor een tubeless fietser een passende reservebinnenband op fietsvakantie verstandig zijn.
Let dan wel extra goed op de binnenkant van de buitenband. Daar kunnen doorns of andere scherpe voorwerpen zitten die door de sealant eerder probleemloos waren afgedicht. Monteer je vervolgens een binnenband zonder die te verwijderen, dan heb je vrijwel meteen opnieuw een lek.
Vergeet de pomp niet
Een reservebinnenband zonder pomp heb je verrassend weinig aan.
Voor een fietsvakantie bestaat mijn basisset daarom uit:
- één of twee passende reservebinnenbanden;
- twee goede bandenlichters;
- een fietspomp;
- een reparatiesetje met plakkers;
- eventueel een tire boot;
- bij tubeless: plugs en passend gereedschap.
Zelf gebruik ik onderweg ook de CYCPLUS AS2 Pro. Dat is een heel compacte elektrische fietspomp die nauwelijks ruimte inneemt in de fietstas.
Ik heb hem eerder uitgebreid getest in:
Review: CYCPLUS AS2 Pro – klein maatje, grote hulp onderweg
Het prettige van zo’n elektrische minipomp is dat je de gewenste druk kunt instellen en de pomp vervolgens het werk laat doen. Zeker na het monteren van een nieuwe binnenband is dat gemakkelijk.
Toch zou ik tijdens een lange fietsreis niet volledig afhankelijk willen zijn van een accu. Een kleine handpomp blijft de meest bedrijfszekere oplossing.
Wie de ruimte heeft, kan het combineren: de CYCPLUS voor het gemak en een kleine handpomp als back-up.
CO₂-patronen zijn ook snel, maar hebben hetzelfde nadeel: op is op. Op een langere reis heb ik daarom liever iets bij me dat ik steeds opnieuw kan gebruiken.
Zoek eerst een rustige plek
Je hoeft een lekke band niet precies op de plaats van het lek te repareren.
Sta je langs een drukke weg, op een smalle berm of op een andere onveilige plek? Loop dan liever eerst een stukje verder.
Een bushalte, picknickbank, parkeerplaats of brede berm werkt een stuk prettiger.
En zodra het regent, krijgt een eenvoudig afdakje opeens vijf sterren.
Lek? Doe dit in deze volgorde
Mijn vaste volgorde onderweg:
- Zoek een veilige en rustige plek.
- Haal het wiel uit de fiets.
- Verwijder de lekke binnenband.
- Controleer de buitenband zorgvuldig en zoek de oorzaak.
- Verwijder glas, een doorn of ander scherp materiaal.
- Controleer ook het velglint.
- Monteer een reservebinnenband.
- Pomp de band eerst gedeeltelijk op.
- Controleer of buitenband en binnenband overal goed in de velg liggen.
- Breng de band daarna op de juiste bandenspanning.
- Repareer de lekke binnenband later op een rustige plek.
- Koop wanneer dat onderweg mogelijk is weer een nieuwe reservebinnenband.
Daarmee wordt een lekke band meestal niet meer dan een vervelende onderbreking van je fietsdag.
Voorkomen blijft beter
Helemaal uitsluiten kun je een lekke band nooit. Je kunt de kans erop wel verkleinen.
Een goede buitenband, voldoende profiel en vooral de juiste bandenspanning helpen daarbij.
Te zacht rijden vergroot bijvoorbeeld de kans dat de binnenband tussen velg en een steen, richel of kuil wordt afgekneld. Dat kan de bekende dubbele gaatjes veroorzaken: de zogenaamde snakebite.
De oplossing is alleen niet om je banden dan maar zo hard mogelijk op te pompen.
Meer druk betekent niet automatisch minder lekrijden. Je levert wel comfort en grip in.
De ideale spanning wordt bepaald door je bandbreedte, je eigen gewicht, de fiets, je bagage en de ondergrond waarop je rijdt.
Daarover lees je meer in:
Bandenspanning op fietsvakantie: hoeveel bar is ideaal?
Harder is namelijk lang niet altijd beter.
Een lekke band staat nooit helemaal op zichzelf. De juiste buitenband en de juiste bandenspanning helpen om problemen onderweg te voorkomen. Daarom horen ook de Fietstips over bandenmaten en bandenspanning bij dit onderwerp.
Dan ben je blij dat je het weet.
Verder lezen
Op Alle Fietstips van FietsKriebels vind je meer praktische informatie over materiaal, voorbereiding, navigatie en het onderweg zijn tijdens een fietsvakantie.
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie