
Ik was mijn tent aan het oprollen op het eind van het kiezelpad van de camping. Het pad loopt hier redelijk steil naar beneden. De tent opvouwen waar ik stond is geen doen. De bodem is vannacht veranderd in een modderige substantie. Plots hoor ik autowielen ronddraaien en zie de auto van mijn buren op de helling tot stilstand komen. De wielen vol met modder, de kiezels opzij, de wielen vast in de grond. We gaan vandaag weg, de tent opruimen, vandaar dat we de auto nodig hebben. Zegt de op het geluid van de tollende banden afkomende buurvrouw, tegen mij. De buurman laat de auto maar terugzakken, doch vergeet tijdig bij te sturen. Zijn rechter achterwiel steekt over het talud en de voorkant van de auto steekt komisch de lucht in.
Op dat moment komt de campingeigenaar de broodjes brengen. Wacht ik heb een shovel! Zegt hij en trekt de auto even later los. Hij plaatst de auto terug op de parkeerplaats hij komt er toch niet af, het heeft zoveel geregend vannacht. Dat klopt, na de forse onweersbui, bleef het de hele nacht onrustig met regelmatig buien. Ik ga de bospaden niet op, zeg ik hem bij het afrekenen. Zou ik zeker niet doen! Zegt hij serieus.
Terwijl het zo goed als droog is, neem ik met een gele jack goed zichtbaar, de hoofdweg de Apenijnen in. De oorspronkelijke route is onverhard door uitgestrekte bossen naar Camerino. Ik zag mij al op de smalle wegen met weidse uitzichten volkomen in de modder vast komen te zitten. Dat had ik in Spanje al eens meegemaakt.

Even later kom ik bij Pioraco weer op de route en doorkruis de bergen over de Monte Alago, dalend Nocera Umbra in.
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie