
Het zou de laatste dag worden voor een paar rustdagen aan het meer van Bolsena. Nu ik dit schrijf, een paar dagen na aankomst, kan ik je vertellen dat de laatste 144 km naar eindplaats Orbetello moeten wachten tot volgend jaar. Want wat is er gebeurd?
Die ochtend ben ik stipt om 8 uur op het terrasje van camping Il Falcone. Carlo roept buongiorno, dimi? Ik bestel een cappuccino met 2 brioche met marmelade. Achteraf was 1 ook wel genoeg geweest, het waren nogal forse croissants. De rit gaat door het dal waar de Tiber stroomt, meest bergafwaarts. Het is een groot natuurgebied, tussen Todi en Il Lago di Corbara. Dit meer ontstond in de jaren zestig. Toen werd een dam gebouwd die een waterkrachtcentrale van stroom voorziet. Het meer is perfect in het landschap opgenomen.
Na langs en onder de Autostrada del Sol door, kom ik bij de grote parkeerplaats van Orvieto. Hier zou ik met de lift en de funicolare (kabelbaan) de stad met fiets kunnen bezoeken. Ik ken Orvieto en merk aan mijn fiets dat er iets met de versnellingsbak niet goed loopt. Ik kies er voor om de route om de stad te volgen en zonder teveel omwegen naar Bolsena te gaan. Terwijl de provinciale weg met druk verkeer verder raast, neem ik de afslag la Dritta del Tamburino, een oude Etruskische weg die ruim anderhalve kilometer recht omhoog gaat ( zie omslagfoto).

In de heuvels boven het meer van Bolsena slaan mijn pedalen door en krijg steeds moeilijker grip. Iets wat in de lage versnellingen begon, manifesteert zich nu ook in het midden gebied. Ik loop een groot deel over de Via Francigena, zou naar San Lorenzo Nuovo fietsen, maar daal snel af naar de provinciale Cassia. Omhoog fietsen lukt niet meer, de tandwielen ratelen de laatste kilometers, zonder snelheid te kunnen maken.
De laatste etappes van deze Coast to Coast zullen moeten wachten tot volgend jaar.
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie