Slotblog — Even uitfietsen…

Nadat ik bijna 2000 kilometer heb afgelegd, hebben we een paar dagen in Namen uitgewaaid. Inmiddels zijn we weer thuis op vertrouwde grond. Het is tijd voor een laatste bericht. Een soort nabrander. Wat viel op onderweg? Wat ging soepel, wat piepte en kraakte? In dit slotverhaal deel ik mijn indrukken, een paar eerlijke observaties én de cijfers achter de tocht. Voor iedereen die meegelezen heeft, of zelf plannen smeedt voor een mooie route.
De dagen in Namen waren warm, licht en zacht. We genoten van de stad. We hadden geen haast of plannen. We wandelden wat en dronken koffie op een terras. Langzaam liet ik drie weken fietsen los. Het voelde als een tussenstation: even wennen aan een ander ritme. Even acclimatiseren.
En nu, weer thuis, merk ik pas hoe ver ik weg ben geweest. Niet alleen in kilometers, maar ook in hoofd en hart. De fietstocht is ten einde, de dagelijkse cadans van trappen, kijken, luisteren en beleven heeft plaatsgemaakt voor de gewone dag. Ik ben terug in de werkelijkheid. En toch, iets is anders. Zoals altijd bij een lange tocht: je komt terug met een andere blik.
Voor wie zelf overweegt deze route te fietsen – de EuroVelo 3, ook wel La Scandibérique – wil ik nog wat praktische overwegingen meegeven. Want hoewel het een prachtige route is, zijn er zeker verbeterpunten.

Fietsbeleving: een korte balans
1. De omgeving
De route voert door verrassend mooie landschappen, afgewisseld met karaktervolle steden. Denk aan Bordeaux, Dax, Orléans, Compiègne en Namen. De afwisseling tussen natuur, dorpen en historie is rijk. Je fietst door groene valleien, langs rivieren en over oude spoortrajecten. Dat is genieten. Maar… op enkele plekken, met name bij Villeneuve-de-Marsan en rond Parijs, wordt die beleving abrupt onderbroken. De stukken zijn bijna onbegaanbaar. Het zijn keienpaden, overwoekerde trajecten of trappen zonder alternatief. Bij Vignieux-sur-Seine moest ik zelfs alle tassen van de fiets halen. Dat heeft met fietsplezier weinig te maken.
2. De faciliteiten onderweg
Heel positief: winkels, supermarkten, bakkers en campings zijn voldoende aanwezig. En ook overnachtingen in hotels, e.d. kun je met een beetje planning prima vooruit. Grote plus voor vakantiefietsers.
3. Het fietsgemak
De route is grotendeels verhard en autoluw, soms zelfs autovrij. Maar: de bewegwijzering is wisselend. Ik schat dat zo’n 85% goed is aangegeven, de rest vraagt om een gps-tracker of goede voorbereiding. De kwaliteit lijkt bovendien per departement te verschillen. Het merendeel van de route is goed te fietsen. Er zijn trajecten met stevige hoogtemeters. Zie daarvoor de tabel op Fietskriebels-pagina van La Scandibérique.
Opvallend: in Wallonië, rond Charleroi en Namen, liggen sommige fietspaden vol glas en vuilnis. Opmerkelijk, zeker op de RAVeL-routes langs industriegebieden.
En dan nog de eerder genoemde oversteek bij Villeneuve-sur-Seine: vier trappen op, over de sluis, vier trappen af. Voor een internationale kwaliteitsfietsroute echt een gemiste kans. Ik heb hierover een mail gestuurd aan het overkoepelende routebureau.

Cijfers en zwaarte van Saint Jean Pied de Port naar Namen

Totaal gefietst: 1.987 kilometer
Rijtijd: 134 uur en 45 minuten
Daggemiddelde: ca. 94 km in 6 uur fietsen per dag
Hoogtemeters: 9.648 meter (gemiddeld 4,6 meter stijging per kilometer)
Conclusie: het is een route die gemiddeld genomen, met enige inspanning goed te fietsen is. Etappes 8 tot en met 10 waren bovengemiddeld inspannend. De eerste dag daarentegen kende een stevig begin en voelde direct zwaarder aan.
—
Dank je wel voor het meelezen, het meefietsen, en tot de volgende Fietskriebels.
Want één ding is zeker: de volgende reis lonkt al.
Tot ziens, tot later, tot op de fiets.
Henrik
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie