50-622.
28 x 2.00.
700 x 50C.
TLR.
E-25.
ROTATION.
Wie voor het eerst eens goed naar de zijkant van een fietsband kijkt, kan zomaar het gevoel krijgen dat hij een technische gebruiksaanwijzing probeert te ontcijferen.
Toch staat daar juist heel nuttige informatie.
Welke maat heeft je band? Welke binnenband past erin? Past een nieuwe buitenband wel op je velg? Is de band geschikt voor tubeless gebruik? En in welke richting moet hij eigenlijk draaien?
Vooral op fietsvakantie is het handig om dat te weten. Want wanneer je onderweg een nieuwe binnen- of buitenband nodig hebt, is alleen zeggen dat je een fiets met “28 inch banden” hebt lang niet altijd voldoende.
Gelukkig is het geheimschrift eenvoudiger dan het lijkt.
Begin bij deze cijfers: 50-622
Als je maar één maat van je fietsband onthoudt, laat het dan deze zijn.
Bijvoorbeeld:
50-622
Dit is de ETRTO-maat van de band.
De eerste waarde geeft de nominale breedte van de band aan:
50 = ongeveer 50 millimeter breed
De tweede waarde geeft de binnendiameter van de band aan:
622 = 622 millimeter
En juist die tweede waarde is belangrijk. De binnendiameter van de band moet overeenkomen met de diameter van de velg waarop de band wordt gemonteerd.
Een band van 50-622 kun je dus niet vervangen door een band van bijvoorbeeld 50-584. Ze zijn ongeveer even breed, maar passen op een andere velg.
De ETRTO-aanduiding is daarom veel nauwkeuriger dan alleen spreken over 26, 27,5, 28 of 29 inch.
Wat is ETRTO?
ETRTO staat voor:
European Tyre and Rim Technical Organisation.
Het systeem wordt gebruikt om banden en velgen op een eenduidige manier aan te duiden.
Daar moeten wij fietsers vooral blij mee zijn.
Want de oude inchmaten zijn lang niet altijd zo logisch als ze lijken.
Een voorbeeld:
Een smalle toerfietsband kan als 28 inch worden verkocht.
Een brede mountainbikeband kan als 29 inch worden verkocht.
Toch kunnen beide een binnendiameter van precies 622 millimeter hebben en dus in dat opzicht op dezelfde velgdiameter passen.
28 en 29 inch lijken twee verschillende wielmaten. Bij deze banden is de ETRTO-maat 622 echter hetzelfde. Het verschil in benaming ontstaat vooral door de breedte en daarmee de totale buitendiameter van de band.
Daarom mijn advies:
Kijk bij het vervangen van een fietsband altijd eerst naar de ETRTO-maat.
En wat betekent 28 x 2.00?
Naast de ETRTO-maat staat vaak ook een inchmaat op de band.
Bijvoorbeeld:
28 x 2.00
De eerste waarde verwijst grofweg naar de buitendiameter van het wiel met band.
De tweede waarde is de bandbreedte in inches.
Eén inch is 25,4 millimeter. Een band van 2 inch is dus ongeveer 50,8 millimeter breed.
Dat komt aardig overeen met onze 50-622 uit het eerdere voorbeeld.
Maar het blijft een benadering.
Juist daarom is alleen de aanduiding “28 inch” onvoldoende wanneer je een nieuwe band wilt kopen.
Nog verwarrender is dat verschillende velgdiameters in het verleden dezelfde inchbenaming hebben gekregen. Zo bestaan er verschillende banden die allemaal 26 inch worden genoemd, maar toch niet op dezelfde velg passen.
ETRTO voorkomt die discussie.
En dan hebben we ook nog 700 x 50C
Alsof twee maataanduidingen nog niet genoeg waren, kom je vooral bij race-, trekking- en gravelbanden ook de Franse maat tegen.
Bijvoorbeeld:
700 x 50C
700 verwijst bij benadering naar de buitendiameter van wiel en band in millimeters.
50 is de aangegeven breedte van de band.
De letter C verwijst naar een historische Franse maataanduiding. Bij de veelgebruikte 700C-maat hoort tegenwoordig een ETRTO-binnendiameter van 622 millimeter.
Je kunt dus op één band bijvoorbeeld tegenkomen:
50-622
28 x 2.00
700 x 50C
Drie verschillende manieren om ongeveer dezelfde bandenmaat te beschrijven.
Geen wonder dat het geheimschrift lijkt.
Welke maat moet je onthouden?
Heel eenvoudig:
50-622
Of natuurlijk de ETRTO-maat die op jouw eigen fiets staat.
Maak er desnoods vóór een lange fietsreis een foto van met je telefoon.
Dan hoef je bij een fietsenmaker in Frankrijk, Italië, Duitsland of ergens onderweg niet te proberen uit te leggen welke “28 inch band” je precies bedoelt.
Je laat gewoon zien:
50-622.
Dat praat een stuk gemakkelijker.
Welke binnenband heb ik nodig?
Bij binnenbanden werkt het iets anders.
Een buitenband heeft één bepaalde maat. Een binnenband is elastisch en kan daardoor voor meerdere bandbreedtes worden gebruikt.
Op de verpakking van een binnenband kan bijvoorbeeld staan:
28/47-622
Dat betekent dat deze binnenband bedoeld is voor 622-mm banden met een breedte binnen het opgegeven bereik.
Heb je bijvoorbeeld een buitenband van:
40-622
dan valt 40 tussen 28 en 47 en kan zo’n binnenband daarvoor geschikt zijn.
Het belangrijkste is opnieuw dat de laatste waarde klopt:
622 bij de buitenband → 622 bij de binnenband.
Daarna kijk je of de breedte van jouw buitenband binnen het bereik van de binnenband valt.
De exacte bereiken verschillen per fabrikant en type binnenband. Kijk daarom altijd naar de maatvoering op de verpakking.
Een te kleine of te grote binnenband?
Een binnenband kan behoorlijk uitrekken. Toch is het niet verstandig om zomaar iets te monteren wat ongeveer past.
Een erg smalle binnenband in een veel bredere buitenband moet sterk worden uitgerekt. Dat maakt montage lastiger en is niet de bedoeling.
Een veel te brede binnenband in een smalle buitenband kan juist gaan vouwen of klem komen te zitten tijdens de montage.
Neem daarom een binnenband waarvan jouw bandenmaat netjes binnen het aangegeven bereik valt.
Voor een fietsvakantie controleer ik dat liever thuis dan wanneer de fiets al op zijn kop langs de weg staat.
Vergeet het ventiel niet
Je hebt de juiste diameter gevonden.
Je bandbreedte klopt.
Klaar?
Bijna.
Want er zijn ook verschillende ventielen.
Bij fietsen kom je vooral deze tegen:
- Presta / Frans ventiel
- Schrader / autoventiel
- Dunlop / Hollands ventiel
Het Franse ventiel is smal en zie je veel op racefietsen, trekkingfietsen en moderne vakantiefietsen.
Het autoventiel is breder en lijkt, zoals de naam al zegt, op het ventiel van een autoband.
Het traditionele Hollandse ventiel kom je vooral op stadsfietsen tegen.
Controleer bij het kopen van een binnenband daarom niet alleen de maat, maar ook het ventieltype.
En let bij hoge velgen op de lengte van het ventiel. Een prachtig passende binnenband met een ventiel dat nauwelijks door de velg heen steekt, maakt oppompen opeens verrassend ingewikkeld.

Welke buitenband past op mijn fiets?
De juiste diameter is de eerste voorwaarde.
Maar daarmee ben je er nog niet.
Je moet ook kijken naar de breedte.
Een bredere band kan meer comfort geven en kan meestal met een lagere bandenspanning worden gereden. Maar er moet natuurlijk wel voldoende ruimte zijn tussen band, frame, voorvork en eventuele spatborden.
Ook de velgbreedte speelt een rol. Niet iedere extreem brede band hoort op iedere smalle velg en andersom. Fabrikanten geven daarvoor combinaties van band- en velgbreedtes aan.
Wil je van bijvoorbeeld 40 naar 55 millimeter brede banden overstappen?
Controleer dan eerst:
- past de band bij de velg;
- is er genoeg ruimte in frame en voorvork;
- blijft er voldoende ruimte bij spatborden;
- loopt de band nergens aan;
- past de band bij het gebruik van de fiets.
Alleen omdat de diameter 622 klopt, betekent dat dus nog niet automatisch dat iedere 622-band een goed idee is.
Welke soort buitenband kies je?
Dan komt de volgende vraag.
Welke band past bij jouw manier van fietsen?
Voor een vakantiefiets zoek ik meestal naar een compromis.
Ik wil een band die redelijk licht rolt op asfalt, maar niet direct zenuwachtig wordt zodra het fietspad verandert in gravel, een bospad of een stuk slechte weg.
Grofweg kun je denken aan:
Toer- en trekkingband
Ontworpen voor dagelijks gebruik en langere afstanden.
Vaak een goede combinatie van rolweerstand, levensduur, grip en lekbescherming. Voor veel vakantiefietsers is dit de meest logische categorie.
Gravelband
Meestal wat meer profiel en bedoeld om asfalt met onverharde wegen te combineren.
Interessant wanneer je tijdens een fietsreis regelmatig gravel-, bos- en landbouwwegen meepakt.
Raceband
Lichter en vaak smaller. Gericht op snelheid en een lage rolweerstand op asfalt.
Voor een zwaar bepakte vakantiefiets is maximale snelheid meestal niet de belangrijkste eigenschap.
MTB-band
Breed, veel volume en duidelijk profiel.
Heel geschikt voor echt onverhard terrein, maar op lange asfalttrajecten is zo’n grof profiel meestal meer dan je nodig hebt.
Er bestaat natuurlijk veel overlap. Een brede snelle trekkingband kan verrassend goed over gravel rijden en een snelle gravelband kan juist prettig op asfalt zijn.
Kijk daarom niet alleen naar het etiket op de verpakking, maar vooral naar waar jij werkelijk fietst.
Draadband of vouwband?
Je kunt op de verpakking ook de termen draadband en vouwband tegenkomen.
Bij een draadband zit in de hiel van de band een metalen draad. Daardoor houdt de band zijn ronde vorm wanneer je hem van de velg haalt.
Een vouwband gebruikt flexibele vezels in de hieldraad en kan daardoor worden opgevouwen.
Vouwbanden zijn vaak lichter en makkelijker compact mee te nemen. Ze zijn meestal ook duurder.
Voor normaal gebruik zegt draad- of vouwband op zichzelf weinig over hoe geschikt een band voor een fietsvakantie is.
Lekbescherming, grip, levensduur, comfort en passende maat zijn belangrijker.
Tube, TLR en tubeless
Ook hierover kun je aanduidingen op de zijkant tegenkomen.
Tube Only betekent dat de band bedoeld is voor gebruik met een binnenband.
TLR of Tubeless Ready betekent dat de band, in combinatie met een daarvoor geschikte velg, ventiel en sealant, zonder binnenband gebruikt kan worden.
Veel tubeless-ready banden kunnen overigens ook gewoon met een binnenband worden gereden.
Dat laatste is onderweg interessant.
Rijd je tubeless en krijg je een beschadiging die niet met sealant of een plug dichtgaat, dan kan een passende reservebinnenband alsnog je redding zijn.
ROTATION: welke kant moet de band op?
Sommige banden hebben een pijl op de zijwand met:
ROTATION
Die geeft de aanbevolen draairichting aan.
Monteer je de band, kijk dan dus even welke kant het wiel straks draait wanneer je vooruit fietst.
Bij sommige mountainbikebanden kan de aanbevolen richting zelfs verschillen tussen voor- en achterwiel.
Het is zo’n detail waar je meestal pas naar kijkt wanneer de band al bijna gemonteerd zit.
Ik spreek uit ervaring: eerder kijken is makkelijker.
E-25 of E-50
Op banden die geschikt zijn voor e-bikes kun je ook aanduidingen als E-25 of E-50 tegenkomen.
E-25 wordt door fabrikanten gebruikt voor banden die geschikt worden geacht voor normale pedelecs met ondersteuning tot 25 km/u.
Voor speedpedelecs gelden zwaardere eisen en kom je onder meer E-50 en ECE-R75-aanduidingen tegen.
Voor de gewone vakantiefietser met een standaard e-bike is het vooral verstandig bij aanschaf te controleren of de fabrikant de band voor e-bikegebruik geschikt acht.
Zeker met bagage krijgt een band immers behoorlijk wat gewicht te verwerken.
En de maximale bandenspanning?
Op veel banden staat ook een minimale en/of maximale toegestane druk vermeld in bar en PSI.
Die maximale waarde betekent niet dat je de band ook tot die druk moet oppompen.
Dat is een grenswaarde, geen advies voor jouw ideale bandenspanning.
Welke druk wél prettig en verstandig is, hangt onder andere af van:
- bandbreedte;
- gewicht van fiets en berijder;
- bagage;
- ondergrond;
- verdeling van het gewicht over voor- en achterwiel.
Daarover gaat de aparte Fietstip:
Bandenspanning op fietsvakantie: hoeveel bar is ideaal?
Want ook hier geldt: harder is niet automatisch beter.
Mijn praktische tip vóór vertrek
Loop vóór een volgende fietsreis eens naar je fiets en maak een foto van de zijkant van de voor- en achterband.
Zorg dat in ieder geval de ETRTO-maat goed leesbaar is.
Controleer daarna je reservebinnenband.
Staat daarop of op de verpakking een maatbereik waarin jouw buitenband valt?
Klopt het ventiel?
Is het ventiel lang genoeg?
Dan weet je dat je niet pas bij een lekke band hoeft uit te zoeken wat er eigenlijk onder je fiets gemonteerd zit.
Zelf zou ik daarnaast deze gegevens gewoon in de telefoon bewaren:
Buitenband: 50-622
Binnenband: geschikt voor 50-622
Ventiel: Presta, 60 mm
Drie regels.
Meer heb je bij een fietsenmaker meestal niet nodig.
Dus: welk nummer is het belangrijkst?
Er staat verrassend veel tekst op een fietsband.
Maar voor de maat hoef je eigenlijk maar één systeem goed te begrijpen.
Zie je:
50-622
dan weet je:
50 millimeter bandbreedte
622 millimeter binnendiameter
Wil je een nieuwe buitenband?
Dan moet de binnendiameter bij je velg passen.
Wil je een nieuwe binnenband?
Dan moet 622 overeenkomen én moet 50 binnen het aangegeven breedtebereik van de binnenband vallen.
Daarmee is een groot deel van het geheimschrift al ontcijferd.
En dat is prettig om thuis te weten.
Maar onderweg nog veel prettiger.
Verder lezen
Heb je eenmaal de juiste band gevonden, dan komt vanzelf de volgende vraag: hoeveel lucht moet erin?
Lees daarom ook:
Bandenspanning op fietsvakantie: hoeveel bar is ideaal?
En gaat het ondanks de juiste band en spanning toch een keer mis, dan helpt de volgende Fietstip je weer op weg:
Lek onderweg: plakken, spuitbus of reservebinnenband?
Op Alle Fietstips van FietsKriebels vind je meer praktische informatie over materiaal, voorbereiding, navigatie en onderweg zijn tijdens een fietsvakantie.
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie