
Dag 14 – Langs sluizen en schaduwen
Twee weken onderweg. De Loire glinstert naast me terwijl ik Briare binnenfiets. Een mijlpaal, maar ook een kruispunt – letterlijk. Want hier is de afslag naar Parijs. Klinkt groots, maar vandaag is alles juist klein en eenvoudig. Geen spectaculair uitzicht, geen epische beklimming. Ik trap gewoon over de dijken van de Loire. Daarna fiets ik langs het kanaal. Het landschap glijdt in een soort loom ritme voorbij.

De charme zit vandaag in de herhaling. Sluis na sluis, boom na boom. Het water staat stil, maar mijn benen draaien rustig door. Een Fransman fietst even mee. Totdat hij hoort dat er Engels gesproken moet worden – dan draait hij zich abrupt om, alsof ik hem had uitgedaagd tot een duel. De gesprekken zijn intussen vertrouwd: waar kom je vandaan, waar ga je naartoe, hoe ver nog? Ik geef steeds vaker alvast antwoord op vragen die nog gesteld moeten worden. Scheelt iedereen tijd.

Langs het kanaal treffen fietsers elkaar in de schaduw. Veel Nederlanders vandaag, zonder bepakking. Dagtochtjes in de broeiende hitte. De bomen zijn vandaag onze beste vrienden.
Op de camping in Châtillon-Coligny is de receptie verlaten. Geen mens te bekennen. Een Fransman bij zijn tent haalt zijn schouders op. “Als er niemand is, is er niemand.” Hij is wandelaar en overnacht normaal in het wild. Als hij ergens in de buurt van een boerderij slaapt, vraagt hij aan de boer of hij zijn 10-liter-waterzak mag vullen. Daarmee wast hij zich dan. Vandaag is zijn eerste overnachting op een echte camping. Of de douche warm is, vraagt hij, en hij wijst naar zijn bezwete kleren. Ik vind het indrukwekkend. Zo kan het dus ook.
Twee andere fietsers arriveren: Nederlanders. Ze staan wat twijfelend te kijken. “Weet u hoe dit werkt hier?” vragen ze me, terwijl ik m’n tent opzet. “U kunt bij mij betalen,” grap ik. Het ijs is gebroken. De een komt uit Breda, de ander uit Hoofddorp, maar hij heeft een boerderij hier in Frankrijk. Ze fietsen terug richting huis, dezelfde route. Wie weet, kruisen onze wegen zich nog een keer.
Twee kilometer verderop ligt de supermarkt. Ik scoor tortellini, courgettes en pesto. Bij de kassa blijk ik de courgettes niet gewogen te hebben. De kassière wijst streng en zegt iets onverstaanbaar. Mijn Frans is goed genoeg om haar verontschuldigend toe te lachen. Er stond écht per stuk, zeg ik.
’s Avonds kook ik mijn maaltijd met uitzicht op drie campers en een caravan. Rust alom. Nog zo’n 180 kilometer naar Parijs. Vandaag hoefde er alleen maar gefietst te worden. En dat is gelukt.
Relive
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie