
Dag 15 – De man met de kar en de fret aan de Seine
Om zes uur ’s ochtends schuifelt hij alweer over het grindpad van de camping: de Franse wandelaar. Gisteren raakten we al in gesprek, vanochtend spreek ik hem bij het sanitair. “Ik wil je wandelkar wel eens zien,” zeg ik nieuwsgierig. En dat wil hij maar al te graag.
Als hij even later alles heeft ingepakt voor een nieuwe wandeldag, komt hij terug. Trots toont hij zijn karretje – compact, Nederlands fabrikaat, functioneel. “Mijn knieën zijn geopereerd, en mijn heupen doen het ook niet meer zoals vroeger,” zegt hij. “De dokter zei: bewegen, bewegen, want anders zit je over tien jaar in een rolstoel.” Hij lacht. “Dus dit is mijn medicijn. Ik duw of trek hem mee. Dan rust het gewicht niet op mij. Zo werk ik fysiek én mentaal aan mijn gezondheid.”
Ik maak een diepe buiging. We zwaaien, en ieder gaat zijn eigen weg. Hij te voet, ik op de fiets.

Mijn route slingert langs het Canal du Briare, dat overgaat in het Canal du Loing. De namen worden langer, het verkeer drukker. De geur van industrie mengt zich met de geur van het water. En dan, ineens, die naam op het bord: Seine. Dat klinkt al behoorlijk Parijs-achtig.
De kilometers rollen onder me door. Mijn geplande camping lag op 85 kilometer, maar het is pas één uur als ik daar aankom. Dus ik fiets door. De hitte – het is 32 graden – maakt me loom, maar de nabijheid van de stad houdt me scherp.
In Melun, een stadje aan de Seine, strijk ik neer op een drie-sterrencamping. Nou ja, drie sterren… er is wc-papier én een eenvoudige bistro. Dus sterretje erbij. Koken in deze hitte is geen optie.
Mijn buren? Die zijn uniek: een Spaanse man en zijn fret. Hij spreekt alleen Spaans, maar met wat glimlachen, handen en foto’s kom je een heel eind. Een bijzonder stel.
Morgen fiets ik Parijs binnen. Een nieuw hoofdstuk begint, het laatste deel van deze fietsreis.

Relive
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie