
Wind tegen, pont weg, toch naar Brabant.
De tweede dag van de aanloop naar Vlaanderen Bóven! begon verdacht bekend.
Na een vrolijk en gezellig ontbijt, waarbij gastheer Marco zich opnieuw van zijn beste kant liet horen én zien, was het tijd om afscheid te nemen. Alleen: buiten regende het behoorlijk. Dus stond ik in de garage mijn regenkleding aan te trekken.
Een déjà-vu.
Dag twee van de Grote Zuidwaartse Boog begon namelijk precies zo. Ook toen: regen, omkleden en vervolgens toch maar gewoon opstappen. Sommige tradities zoek je niet uit. Die ontstaan vanzelf.
Na nog een kleine sightseeing door Zeist vond ik de route richting Utrecht terug. Daarna volgden Nieuwegein en IJsselstein en langzaam verdween het stedelijke decor weer uit beeld.
Toen begon het echte werk.
Langs de Benschopper Wetering ging het richting de Krimpenerwaard. Een lange, lange baan. En vooral: tegen de wind in.
Veel tegenwind.
Zo’n stuk waarop je blik steeds wat dichter voor je voorwiel komt te liggen. Niet te veel nadenken over hoeveel kilometer er nog moet. Gewoon blijven draaien. Meter voor meter zuidwaarts.
Want Vlaanderen ligt daar ergens.
Maar voordat Brabant überhaupt in zicht kwam, moest er eerst gevaren worden. Bij Krimpen aan de Lek stond ik voor het veer naar Ridderkerk. Pal ernaast vertrok óók een veer, richting Kinderdijk.
En daar begon ik even te twijfelen.
Gelukkig stonden er een paar andere mensen te wachten. Dus toch maar even gevraagd of ik bij het goede veer stond.
“Ja, deze moet je hebben.”
Mooi.
“Want als je die naar Kinderdijk neemt, kom je voorlopig niet meer in Ridderkerk.”
Dat leek me bij 121 kilometer voor vandaag niet direct de aantrekkelijkste bonusronde.
Het goede veer dus.
Later volgde een passage waar je als fietser ook niet iedere dag doorheen rijdt: de Heinenoordtunnel. Jawel, gewoon met de fiets door de tunnel. Niet bepaald het meest idyllische stukje van Vlaanderen Bóven!, maar wel eentje voor het lijstje.
Daarna lag de volgende oversteek te wachten.
Tenminste, dat dacht ik.
De bedoeling was om met de veerdienst Sint-Anna van Numansdorp naar Willemstad te varen. Alleen had ik één klein detail over het hoofd gezien.
Dinsdag.
Op dinsdag vaart het veer niet.
En vandaag is het dinsdag.
Daar kun je lang naar een lege aanlegsteiger blijven kijken, maar daar gaat zo’n pont niet spontaan van varen.
Dus opnieuw de kaart erbij en omdenken. De oplossing betekende extra kilometers: richting Haringvlietbrug en daar alsnog het water over naar Brabant.
Niet gepland, wel gereden.
En daarmee kwam de teller vandaag uiteindelijk op 121 kilometer.
Na Utrecht, Nieuwegein, IJsselstein, de Krimpenerwaard, tegenwind, een goed gekozen pont, een fietstunnel en een pont die juist níét kwam, bereikte ik Heiningen.
Mijn onderkomen voor vannacht is boerderijcamping Mariëndreef.
De eigenaren zijn vandaag zelf op stap, dus werd ik ontvangen door hun waarneemster. Mijn plekje was snel gevonden. En er bleek nog een aardige bonus te zijn: bij de camping hoort een mooie keuken waar ik nu lekker binnen zit.
Een beetje luxe na 121 kilometer?
Daar zeg ik geen nee tegen.
Twee dagen onderweg en opnieuw blijkt dat een route op papier vooral een goedbedoeld voorstel is. Je kunt alles netjes plannen, maar wind, pontjes en dinsdagen trekken uiteindelijk toch hun eigen plan.
Morgen verder.
En dan komt België echt dichtbij.


Route-video
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie