
In ’t Kort:

een coast to coast experience
Proloog
Van West naar Oost
Na Zuidoost Engeland is het verlangen gewekt om Groot Brittannië verder te ontdekken per fiets. In Noord Engeland zijn meerdere routes beschikbaar. Deze routes lopen van kust naar kust. Denk bijvoorbeeld aan de Trans Pennine Trail. Hierdoor is het mogelijk om een rondrit te maken. De route die ik hier beschrijf is een route van west naar oost. Het is een veilige en plezierige schilderachtige ‘kust tot kust’-route. Deze versie gaat 100% over de weg is en komt door afgelegen locaties. De reis van oost naar west kan bijvoorbeeld via de beroemde Hadrian Wall.
Keuzes: diverse lussen
De terugtocht kan via een noordelijke of zuidelijke variant. De noordelijke route gaat via deze Reivers route. Deze route voert door de meest afgelegen, spookachtige en ongerepte landschappen van Noord Engeland (h op onderstaande kaart). Deze route kan zowel in Carlisle als in Whitehaven worden opgepakt voor de terugrit. Wil je meer uitdaging dan kun je ook terug via de bekende Sea 2 Sea–route (C2C). We doorkruisen dan de noordelijke meren en de Pennines, om daarna af te dalen naar de kust van Northumberland. Deze is korter maar pittiger met 2.700 hoogtemeters en ‘leuke’ bergpassen, want je moet nu over het bergmassief die zuid/noord door het land loopt. Ik heb beide routes uitgewerkt. Dus je hebt de keuze. Maar ook over deze Reiversroute zul je onvermijdelijk moeten klimmen. Het is echter een stuk milder.
De 4 trajecten van de Reivers Cycle Routes (RCR)
De route bestaat uit 4 trajecten:
- van Maryport naar Tynemouth/Newcastle (273 km) via de Reivers Cycle Route (RCR)
- van Maryport naar Dalston (~47 mile~75 km)
- naar Newcastleton (~46 mile ~74 km)
- naar Matfen (~52 mile ~85 km)
- naar Tynemounth (~29 mijl ~46 km)

en b Trans Pennine Trail, of h Reivers Cycle Routes de betreffende pagina’s
De afstand voor de lus: Newcastle – Whitehaven – Newcastle via Hadrian en RCR is 548 km
Korte omschrijving van de Reivers Cycle Route

Dag 1: Whithaven of Maryport?
De route start officieel in Maryport, maar het iets zuiderlijk geleden Whitehaven wordt ook veel genoemd in de diverse media. Niet zo raar, want in hier start/eindigt ook de C2C en Hadrian’s Cycleway. Deze Georgiaanse stad aan de westkust van Cumbria is een van de eerste post-renaissance geplande steden van Groot-Brittannië. Het is sowieso een bezoek waard. Je kan en passant je wiel ceremonieel onderdompelen in de Ierse Zee. Hiervoor is er een handige sleephelling aan de haven. Maar wees voorzichtig op de helling: het kan er glad zijn speciaal als je schoenen hebt met clips er onder!
Maryport en Whitehaven zijn verbonden met NCN 72. Start je in Maryport dan kun je direct de NCN 10 volgen. Volg je de 72, zorg dan dat je Workington de 71 volgt naar Seaton. Bij Camerton kom je vanzelf op de 10.

Verkenning van het Lake District: Een route door historische dorpen en adembenemende landschappen
Na Broughton passeer je het aantrekkelijke Papcastle, de plaats van een voormalig Romeins fort. Cockermouth is een aantrekkelijke stad. Het is interessant om er enkele uren door te brengen. De stad heeft uitgebreide faciliteiten. Het heeft ook een boeiende geschiedenis. Rustige landwegen leiden naar Longlands, langs de rand van van Skiddaw, met zijn hoogte van 931 meter. Je hebt nu een kleine 50 km gereden vanaf Whitehaven. Na Cockermouth, steek de rivier Derwent over. Klim dan met een maximum van 10% naar Bewaldeth. Daarnagaande daal je af tot aan een meertje en vervolgens stijg je weer naar het hoogste punt op 319 meter. De route loopt op en neer. Uiteindelijk daal je snel tot Hesket Market. Dit is langs de noordelijke rand van de bergen van het Lake District. Hier ligt ook een camping. Net voor Hesket Market ligt Caldbeck (35 mijl/55 km). Het is een traditioneel arbeidersdorp in een benedenvallei genoemd naar de rivier Cold-beck, waar het naast ligt. We rijden door naar Dalston, parallel aan de river de Caldew. Dalston is een aantrekkelijk dorp. Een bosrijke locatie en gebouwd rond een dorpsweide. Met een kerk, een winkel, een café en de Bluebell Inn, en een camping. Dit is een goed eindpunt op 47 mijl/75 km. Het dorp is historisch veelbetekenend: een Pele Tower met kantelen staat naast de voormalige Dalston Hall. Dalston had een belangrijk textielverleden tijdens de Industriële Revolutie met zijn katoen en vlasmolens.
Net als bij de C2C- en Hadrian’s Cycleway-routes volgen veel rijders de traditie. Aan het begin van de reis dompelen ze hun achterwiel in de Noordzee. Ze dompelen hun voorwiel in de Ierse Zee als ze eindigen.
Dag 2 van de Reivers Cycle Route
De tweede dag gaat naar Kershop Bridge (70 km) op de grens met Schotland. Deze plaats ligt op 80 mijl vanaf de start, net voor de beklimming naar de hoogste top. Docht de eerste 20 mijl zijn nog redelijk vlak.
Carlisle: Een stad vol historie langs het Carlisle to Dalston Cycle Path
Via het Carlisle to Dalston Cycle Path bereik je de historische stad. De dichtstbevolkte stad op de route. Enkele uren (of langer) doorbrengen in Carlisle, met zijn vele faciliteiten en historische plekken, is een goed alternatief . Waard om te bekijken zijn Carlisle Castle, het Tullie House Museum en de Carlisle Cathedral. Maar wellicht heb je dit al gezien omdat de Hadrian Wall route hier ook doorheen kwam. Dus is deze plaats ook geschikt als start, indien je een korte lus wilt rijden.
Langs de oevers van de Eden: Van Rockcliffe naar Bewcastle
Hierna volgt de RCR de rivier Eden naar het charmante dorp Rockcliffe. Het treffend genoemde dorp is op een steenrode klip geplaatst boven de rivier Eden. Het biedt een uitstekend uitzicht over de brede rivier. Dicht bij de Solway Firth, is de rivier een getijdenrivier met brede slikranden. Rockcliffe, had in vroegere tijden een bloeiende scheepsbouwindustrie. Nog eens 7 vlakke kilometers naar Westlinton en evenveel naar Kirklinton. Na Westlinton, de A6071 over en nu stijgend naar 200 meter vlak voor Bewcastle, wat in een dal ligt.
De route is genoemd naar de Border Reivers. Dit waren de plunderende familieclans die het grensland in de 15de en 16de eeuw terroriseerden. De route is genoemd naar de beroemde Border Reivers. Deze familieclans plunderden Noord-Engeland en de Schotse grenzen. Dit gebeurde in de 15de en 16de eeuw.De route biedt een fascinerend inzicht in deze turbulente periode door de aanwezige tastbare herinneringen onderweg. Op of dichtbij de route zie je overblijfselen van versterkte gebouwen zoals Pele Towers en (Bastle) versterkte huizen.
Na Kirklington kun je kiezen in twee routevarianten. Een via de main road route (NCN10) of een directe route, die gedeeltelijk off-road gaat. De laatste is 10 mijl korter.
Langs Romeinse ruïnes en Angelsaksische kruisen: Een uitdagende route
Via Hethersgill, waar verfrissingen en maaltijden verkrijgbaar zijn, naar Kirkcambeck. een klein dorp groepeerde rond een kerk. De route leidt verder naar het eigenaardige gehucht Bewcastle, een plaatsje dat gegroepeerd is rond een afbrokkelende kasteelruïne. De geschiedenis hiervan gaat terug tot de Romeinse tijd. Het is het waard om te bezoeken. Het Angelsaksische kruis op het kerkhof is ongeveer 1300 jaar oud en heeft wonderbaarlijk goed de tijd overleefd. Bezoek ook het er naast gelegen Past & Present Heritage Centre. We hebben nu 53 km gereden vanaf de dagstart in Dalston. Een zwaar gedeelte van de route volgt nu. Het eerste deel stijgt tot 11%. Daarna gaat de route kilometers lang naar beneden tot in het dal van de rivier White Lyne. Er volgen nog 3 felle klimmen. De eerste klim is het ergst. Na Kershope op de grens met Schotland komt nog de laatste klim. En met 3 mijl verderop na de grens het einde van het tweede routedeel in Newcastleton.

Newcastleton
De plaats is “purpose build” en werd speciaal ontworpen voor werknemers van de Hertog van Buccleuch in 1792. Newcastleton heeft brede straten en een groot plein de Douglas Square, het middelpunt van de stad. Er is een rijke variatie aan pubs, accommodaties, waaronder een camping, winkels, en een bank en postkantoor. Geschikt dus voor een overnachting. Je kunt je opladen voor de volgende dag. Deze dag bevat een zware beklimming naar het hoogte punt van de RCR.
Dag 3 van de Reivers Cycle Route
De lus naar Kielder: Bossen, kastelen en meren
De hoofdroute neemt op deze derde dag een grote lus naar het noorden, om vervolgens af te buigen naar Kielder. De weg is als C200 genummerd. Zo kom je weer in Engeland terug. Kielder is een bosbouwdorp omhuld door alpiene sparren en pijnbomen. Vóór de eeuwwisseling van de vorige eeuw was Kielder Castle verborgen. Het bewaakt het dorp. Het stond eenzaam aan het begin van de vallei. Het werd gebouwd in 1775 als jachtslot voor de Hertog van Northumberland. Het dorp is een oase voor fietsers. Met een winkel, een pub en een postkantoor. De hoofdroute gaat langs de zuidkant van het meer (Kielder Water). Deze weg moeten we delen met het snelverkeer.
Aangename tussenstop in Falstone: Pubs, historie en natuurschoon
Na de Kielder Dam kom je via een aangename weg in Falstone. Het aantrekkelijke kleine dorp Falstone is een uitstekende plaats om even te stoppen. Het is niet alleen mooi. Het heeft ook een winkel en postkantoor. Bovendien is er een uitstekende pub de Blackcock Inn, die echte bieren en uitstekende maaltijden voorzet. Het door boomlijnen gedomineerde dorp heeft een klein stroompje door het dorp lopen dat schatplichtig is aan de North-Tyne. In de boerderij naast de kerk kun je de resten van een versterkt huis uit de Reiversperiode waarnemen.
Van kasteelruïnes naar marktstad: Een route langs de North-Tyne
Na 5 mijl ontmoeten we een kleine nederzetting genaamd Lanehead. De ruïnes van Tarset Castle liggen hier nog altijd bedekt met gras. Het is slechts een schaduw van het kasteel. Een Engels garnizoen bewoonde het kasteel. Vervolgens werd het platgebrand door de vermaarde Reiving familie, de Charltons. Verder gaande over rustige onverharde wegen, volg je bijna de loop van de mooie rivier North-Tyne. Na ongeveer 10 kilometer leidt de route naar Bellingham. We hebben alweer 50 km gefietst. Bellingham wordt uitgesproken als “Bellin-jum”. Het is een oude marktstad. De stad is gebouwd rond een brede hoofdstraat. Bellingham ligt genesteld aan de voet van een van de wildste en onvruchtbaarste valleien van Northumberland. Het ligt tevens aan het beroemdste langeafstandswandelpad van Groot-Brittannië, de Pennine Way. Waarvan de dorstige en vermoeide wandelaars door Bellingham worden aangetrokken als een magneet. Iets wat natuurlijk ook kan worden gezegd van fietsers op de Reiversroute. Hier is overigens ook een camping.

Langs de North-Tyne naar Matften: Een route door het hart van Northumberland
Nog 35 km naar het dorp Matften. Na Bellingham volg je de loop van de North-Tyne. We steken de rivier Rede over naar Redesmouth. Daarna stijgen we steil. Na Birtley (60 km na de dagstart), een klein dorp met een pub, de A68 oversteken. Indien je Maften te ver vindt, zou je kunnen overwegen om te overnachten in Wark. Dit is een redelijk groot dorp in west Northumberland. Het is 20 kilometer ten noordwesten van Hexham. Het ligt 8½ kilometer ten zuidoosten van Bellingham. Het ligt op de west- oevers van de rivier North-Tyne en net buiten de officiële Reivers fietsroute. Met genoeg accommodatie en een aanbod aan goede faciliteiten, is Wark een prima reisonderbreking voor fietsers van de Reiversroute. Speciaal voor hen die de rit afleggen in drie of vier dagen. Je bereikt het via Birtley.
De weg naar Matfen neemt je mee door de kleine nederzettingen als Ryal, Hallington en Throckington. Het passeert het Hallington Reservoir en het Cold Crag Reservoirs aan je rechterzijde. Het lieflijke dorp Matfen is nog zo’n dorp met een landgoed, welke is gesticht door de familie Blackett. Met een beek, het dorpsgroen en de aantrekkelijke in steen opgetrokken woonhuizen. Matfen is nog steeds onbedorven. De Black Bull Inn serveert echte bieren en maaltijden. Een prima plek om de derde dag af te sluiten.

Dag 4 van de Reivers Cycle Route
De laatste dag en dus naar de kust, komen we eerst Stamfordham tegen, het ligt aan de rivier Pont. Het heeft alle bestanddelen voor een perfect landgoeddorp. Het dorpsgroen is het middelpunt. Er is een vijver, een dorpskruis en een overvloed aan geordende 18de-eeuwse huizen. Daarna een van de laatste keren stijgen, dan is het voornamelijk dalen. Hierna het kleine dorp Heugh, we gaan door het zeer begeerlijke residentiële gebied van Darras Hall.
Ponteland: Een historisch dorp aan de rivier de Pont
Na 15 km: Ponteland (uitgesproken als “Pon-tee-land”) is een groot historisch dorp. Het is gelegen in het zuidelijke deel van het fantastische platteland van Northumberland. De rivier Pont vindt zijn weg door het dorp. Er wordt verondersteld dat Ponteland zijn naam heeft van “Pont Island”. Dit komt doordat de rivier zo dikwijls buiten zijn oevers trad en het dorp als een eiland achter liet. Een iets ander verhaal is dat de Romeinen beweerden dat zij het Ponteland noemden. Dit betekende zoiets als een brug over het moeras. De Hadrian’s Wall ligt op enkele kilometers naar het zuiden. Er is nog meer Romeins erfgoed, zoals forten, in het gebied te vinden. We verlaten de grote stad en rijden langs het Big Nature Reserve. Je steekt de A1 over naar Wide Open er volgt een mengeling van asfalt- en sintelwegen en je rijdt vlak.
De Reiversroute eindigt in Tynemouth: Kasteel, abdij en Noordzee
Na Blackworth is er een hoofdweg. Deze komt uit op een lange, rechte spoorlijn. Deze spoorlijn werd in het verleden gebruikt om de steenkool naar de kaden te vervoeren. Langs de Old Waggonway bevindt zich ook het Stephenson Rail Museum. De route heeft vele verschillende wegen en paden. Blijf gewoon rechtdoor fietsen op weg naar de haven. Je hebt zicht op de monding van de Tyne. De overblijfselen van de prachtige abdij en het kasteel kijken op je neer. Is Tynemouth een mooie plaats voor de start/finish van de Reiversroute. De laatste 3 kilometers volgt je stoomafwaarts de rivier samen met die andere routes. Hier kun je het achterwiel ceremonieel dippen in de koele Noordzee. Daarna neem je trots en vol mooie herinneringen de veerboot terug naar het vaderland.

Hoogtepunten
Onderstaande lijst is opgesteld om je een indruk te geven van de bezienswaardigheden. De lijst is niet met de intentie om volledig te zijn op of bij de route.
- Whitehaven heeft een groot aantal georgiaanse gebouwen en wordt omgeven door kliffen. Het eiland Man is normaliter goed zichtbaar aan de overkant van de zee. De jachthaven bevindt zich vóór de centrale markt. Er is een museum dat aan rum is gewijd, een mijnmuseum en een educatief centrum aan de waterkant, The Beacon genaamd. Op de heuvel aan de zuidkant ziet men de ‘kandelaar’ van de Wellington Pit staan. Aan het eind van Lowther Street bevindt zich een oude kerk. Whitehaven heeft over de 250, voornamelijk “Georgian Listed Buidings,” waarvan de meeste smaakvol zijn gerestaureerd. Inclusief de St. James Church die eens werd beschreven door Sir Nikolaus Pevsner als ‘het fraaiste Georgiaanse kerkinterieur van de provincie’.
Whitehaven is de laatste plek in Groot-Brittannië die door een Amerikaanse zeemacht is aangevallen. Op 23 april 1778 voer John Paul Jones tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog naar Groot-Brittannië. Hij had de intentie om de gehele koopmansvloot in brand te steken. Nadat de bewaking werd verhoogd trok hij zich vrijwel onmiddellijk terug.
- Cockermouth is een aantrekkelijke en interessante stad. Het is de moeite waard om er enkele uren door te brengen. De stad heeft uitgebreide faciliteiten. Cockermouth heeft ook een boeiende geschiedenis. Accommodaties zijn er rijk voorhanden en er is een ruime variatie aan goede pubs en eetgelegenheden. Wordsworth House, beheerd door het National Trust, was de woonplaats van William en Dorothy Wordsworth. Het is een goede plek om te bezoeken. Er zijn enkele musea’s waaronder die van de druk-technologie, autorijden, speelgoed en modellen en mijnbouw.
- Caldbeck is een traditioneel arbeidersdorp in een benedenvallei genoemd naar de rivier Cold-beck. Het was voor het stoomtijdperk en de Industriële Revolutie een welig tierend landelijk industrieelcentrum. De rivier zorgde voor de waterkracht en voor de belangrijke industriële ontwikkeling van Caldbeck in de 17de en 18de eeuw. Het dorp weerspiegelt nog steeds deze voormalige industriële activiteiten met veel van de oude gebouwen nog in gebruik. Er is zelfs een klompmaker in het dorpscentrum. De mineraal-mijnbouw was ook een belangrijke industrie. De belangrijkste mineralen waren lood, koper en bariet. De laatste mijn werd gesloten in 1960.
- Te vinden net over de Schotse grens in het hart van het eenzame Liddesdale, was Newcastleton met zijn brede Georgian straten en open pleinen, speciaal voor dit doel ontworpen en gebouwd van tekeningen gemaakt door de Hertog van Buccleuch in 1792. Het beslaat een vlak terrein naast de rivier en kijkt uit over Whithaugh. Het historische huis van de Liddesdale Armstrongs. De authentieke dorpsvelden of volkstuintjes kunnen in het zuiden worden gevonden en waren eens landbouwbedrijven. De heuvel in westen beslaat grond die vroeger gemeenschappelijk werd gebruikt voor het grazen van het vee.
- Kielder Village heet vandaag de dag bezoekers welkom. Maar het gebied heeft een lange en woelige geschiedenis achter zich. De North Tyne leed vele eeuwen aan invallen en oorlogvoering. Het ligt in een afgelegen gebied dat dun bevolkt is tot aan de grens met Schotland. Het leger van William Wallace’s ging hier in 1297 als een dolle stier te keer en in de boeken werd opgetekend dat in 1311-1312 Robert Bruce “laid waste to Keildir” (verwoestingen aanbracht in Kielder.) Van de bewoners die in het gebied leefden, bouwden de rijken kastelen en de leiders van een clan over het algemeen Pele Towers. Terwijl de kleine landbouwbedrijven bastles hadden voor hun defensie.
- Vanaf 1920 begon de aanleg van Kielder Forest. Het bos strekt zich ongeveer 10½ kilometer uit aan beide kanten van de Deadwater Burn. Dit was het grootste project van de Forestry Commission in Engeland. Meer recent werd het reservoir gecreëerd, het grootste kunstmatige meer van Europa. Kielder’s overweldigende landschap, de rust en de stilte trekken jaarlijks veel bezoekers voor een verschillend aantal redenen aan, waaronder wandelen, kamperen en watersport
- Het vreedzame schouwspel dat je vandaag de dag in Bellingham aanschouwt staat in schril contrast met haar turbulente verleden. Het was belangrijk als “hoofdstad” van North-Tynedale. Hierdoor werd het een belangrijk doelwit voor diefstal. Ook was plundering tijdens de dagen van de Border Reivers een grote bedreiging. De problemen in de grensgebieden zorgden voor veel invallen en schermutselingen. En de inwoners van Bellingham hadden een volledig aandeel in de strooptochten tijdens deze stormachtige periode. Waar aanvallen vanuit het noorden een constante dreiging vormden. St Cuthberts Church, deze kerk stammende uit 1180, heeft een rijke en turbulente geschiedenis. Samen met een ongewoon stenen dak is het meer dan een bezoek waard. De bron schuin achter de kerk heeft naar wordt beweerd genezende krachten. Hareshaw Linn is een prachtige 9 meter hoge verborgen waterval. Te bewonderen in een mooie nauwe bosrijke vallei op 2 kilometer loopafstand ten noorden van de stad
- De Anglicaanse kerk St Mary the Virgin in Ponteland schijnt rond het jaar 1150 gewijd te zijn. Er zijn enkele overblijfselen die dateren uit de Normandische periode, inclusief een deel van de toren. Het werd gerestaureerd tot een groter geheel in de dertiende eeuw, opnieuw in de vijftiende eeuw en verscheidende malen daarna. Men denkt dat het glas-in-lood raam en een klok uit de prereformatie afkomstig zijn uit de veertiende eeuw. Het register dateert van 1602. Ponteland Pele Tower: Deze 14de -eeuwse versterkte toren is een overblijfsel uit de Border Reiver periode. Het ligt op korte afstand van de prachtige Blackbird Inn, een in de 17de eeuw gerestaureerd voormalig herenhuis.
Van dag tot dag
D.m.v. het fietsdagboek
tijdens en na afloop van de gereden tocht staan hier de dagboekberichten
Epiloog Reivers Cycle Route
Plussen en Minnen
nadat de route is gereden worden deze paragrafen gevuld.
De Statistieken
Zwaarte
Fotogalerij
Virtuele tour
Alle video’s zijn opgenomen bij de betreffende dagboekberichten.


Geef een reactie