
In ’t Kort:

Fietsen door Zuid Vlaanderen
Proloog
Vlaanderen boven
Waar men de Heer nog kan loven
Waar de mensen belangrijk zijn
En de buiken omvangrijk zijn
Aldus Raymond van het Groenewoud. We zingen met hem mee, want letterlijk en figuurlijk staat Vlaanderen centraal in deze thematocht. We starten onze fietstocht in het vlakke Zeeuws Vlaanderen. Daarna fietsen we langs de Vlaamse Kust en trotseren de heuvels van Vlaanderen. We volgen de Heuvelroute tot in de Voerstreek, het meest oostelijke gedeelte waar de Vlaamse taal stand heeft gehouden.
De route bestaat uit 4 trajecten:
- Zeeuws-Vlaanderen: van Tholen tot Knokke-Heist (~185 km)
- Via de Kustroute naar Poperinge (~115 km)
- Heuvelroute 1: naar Leuven (~290km)
- Heuvelroute 2: naar Maastricht (~185 km)

De afstand Tholen naar Maastricht is 780 km
Korte omschrijving van de route
Etappe 1 (73 km) Van Vesting naar Vesting:
Als je met de trein reist, kun je vanuit Bergen op Zoom naar Tholen fietsen en dan de route oppakken. Vestingstad Tholen is een mooi startpunt. De route volgt een mooi traject dat door Rondje Zeeland is gemaakt tot aan de kust. Via de Oesterdam en de havens van Antwerpen nemen we de waterbus (35 km) om in Zeeuws-Vlaanderen te komen. We zijn de Schelde overgestoken en zijn in Zeeuws-Vlaanderen. Hulst (73 km) is de volgende vestingstad op de route.
Etappe 2 (110 km) Grijze Grenspalen:
Langs en soms over de grens gaat deze route naar het westen. In Sas van Gent (105 km) steken we het kanaal van Gent naar Terneuzen over. We fietsen verder door de polders. Philippine, Biervliet en IJzendijke (135 km) volgen. Het is nog maar 40 km tot aan het natuurgebied Het Zwin, en dus afscheid nemen van Zeeuws-Vlaanderen. Hiervoor ontmoeten we nog het ‘Romeinse’ Aardenburg (159 km) en het historische grensstadje Sluis (167 km). Vier kilometer later steken we definitief de West Vlaamse grens over. We fietsen langs Natuurreservaat Het Zwin. We gaan naar Knokke-Heist (183 km) waar we de zee zien.
Etappe 3 (115 km) Kunstroute:
We passeren de haveningangen van Zeebrugge (190 km) en komen door Blankenberge (197 km). De route doet zijn eer aan. De Noordzeekust brengt je steeds zuidelijker. In het bekende Oostende (215 km) kunnen we met een gratis fietsveer tussen het centrum en de wijk Oosteroever. Vandaar gaan we verder naar Middelkerke-Bad (225 km). Ook in Nieuwpoort (235 km) maken we gebruik van het fietsveer. Hier steken we de IJzer over en het Natuurreservaat De IJzermonding. Door de duinen gaan we naar Koksijde (247 km) waar we de Hoge Blekker (+33 m), de hoogste duinrug van Vlaanderen ontmoeten. In De Panne (252 km) stopt de Kustroute. We gaan nog even door voor de aansluiting met Heuvelroute in Poperinge (303 km). Zo’n 50 km fietsen we op de grens met Frankrijk. In Roesbrugge (284 km) steken we weer de IJzer over. Door het landelijke gebied met kleine dorpjes bereiken we het grote Poperinge.

NB: wil je nog een extra dimensie toevoegen aan Vlaanderen Bóven? Kies dan in Nieuwpoort voor de Frontlinie-route. Deze brengt je na Ieper in Mesen terug op de Heuvelroute.
Etappe 4 (85 km) De heuvels in:
Na 3 vlakke etappes zijn de benen voldoende opgewarmd voor het Vlaamse Heuvelland. De eerste is de 156 meter hoge Kemmelberg (322 km). De op één na hoogste top van Vlaanderen. In Mesen (334 km) zie je de Sint-Niklaaskerk met zijn markante kruisingstoren. De route neemt nu een bocht naar Wervik aan de Leie (358 km). We volgen deze grensrivier met Frankrijk naar Menen (366 km), Lauwe (372 km) en regiostad Kortrijk (385 km).
Etappe 5 (85 km) Interfluvium Leie-Schelde:
Voordat we de Muur van Gerardsbergen bereiken is onze eindplaats Nederbrakel. Er zijn verschillende heuvels op deze etappe. De Keiberg bevindt zich op 408 km vanaf de start. De Tiegemberg is 82 meter hoog en ligt op 418 km. De Kluisberg, 141 meter hoog, ligt op 433 km in het Kluisbos. Dan volgt de Knokteberg. Na Ronse op 444 km komt de Kanarieberg, die 131 m hoog is. Tenslotte is er de kasseihelling De Taaienberg op 456 km. Laatste wordt ook wel de Boonenberg genoemd, naar Tom Boonen. We fietsen op de waterscheiding tussen Leie en Schelde met vergezichten op de Scheldevallei en de Vlaamse Ardennen. Ook komen we over de Ronde van Vlaanderenstraat op de grens tussen Vlaanderen en Wallonië. Vijf kilometer voordat we Nederbrakel (470 km) bereiken de laatste heuvel van deze etappe: de Steenbeekberg (117 m).

Etappe 6 (80 km) Pajottenland:
Eindplaats van deze etappe is Sint-Genesius-Rode (550 km), maar voordat we hier aankomen ontmoeten we vele landschapselementen. Het eerste is de Dender, een meanderende eigenzinnige rivier die ons meeneemt naar de Muur van Geraardsbergen. Ruim een kilometer tot 20% steil met kasseien. Een waar monument in de Ronde van Vlaanderen en in de wielergeschiedenis. Doch deze is niet de laatste, even later fietsen we de 105 meter hoge Bosberg op. Ook een bekende uit de voorjaarsklassiekers. Deze loopt vanaf Geraardsbergen (488 km) naar Galmaarden (494 km). Op de 100 meter Congoberg (500 km) is het uitzicht op het Pajottenland en het stiltegebied Dender-Mark mooi. Door Vollezele (505 km) en Oetingen (508 km) gaan we verder. We fietsen langs het NAVO-communicatiecentrum (513 km) in het natuurgebied Kesterheide op 112 meter hoog het dak van Pajottenland. Na Leerbeek (515 km) en Gaasbeek (521 km) komen we in de Zuunvallei. Een belangrijke groene ader in de rand van Brussel. Sint-Pieters-Leeuw (529 km) ligt daarna met het hoogste gebouw van België. De 300 meter hoge VRT-zendmast is er prominent aanwezig. Hierna komt het meest zuidelijke stad van Vlaanderen: Halle (535 km). Ons laatste landschapselement is de 120 meter hoge Alsemberg. Het ligt in het Domein Rondenbos. Deze gelijknamige plaats biedt een mooie Onze-Lieve-Vrouwenkerk van Alsemberg (555 km).

Planning: 2025
Etappe 7(80 km) Bossen en Brabantse Gotiek:
We zetten verder koers onder Brussel door naar het bekende Leuven en Hoegaarden als eindplaats. Eerst komen we door het Zoniënwoud, het grootste beukenbos van het land. daarna volgen Hoeilaart (566 km) en Overijse (571 km) over het kronkelende IJsepad. Tussen Duisburg (579 km) en Leefdaal fietsen we op het Plateau van Duisburg, golvend en soms diep ingesneden. Het geeft alvast een mooi uitzicht op Leuven (594 km). De route komt door de historische stad. We hebben nog vers de Brabantse gotiek in het hoofd. We verlaten de stad naar het Heverleebos. Dit bos gaat over in het Meerdaalwoud (607 km). Een oerbos met meer dan 1000 jaar oude eiken. Een groot contrast met de stad. We passeren 2x de E40 en blijven deze op afstand volgen naar Hoegaarden (635 km).
Etappe 8 (90 km) Haspengouw:
Kanne op 730 km/ Na Hoegaarden volgt de Tiense berg, net voor Hakendover (647 km). Diverse dorpen volgen op de route naar monumentenstad Sint Truiden (673 km). In een bijna rechte lijn naar het oosten, over oude Romeinse Kassei en komen we op de Bollenberg (686 km). Hierna volgt Borgloon (690 km) met zijn middeleeuwse kern. De omweg, via deze stad is niet voor niets! Daarna naar Tongeren (707 km) met een van de mooiste gotische bouwwerken van België: Onze Lieve Vrouwenbasiliek. Het is dan een stukje fietsen tot we over het Albert Kanaal Kanne (730 km) inrijden, onder de Cannerberg. Maar let op! Vlak bij de brug van Kanne vormt de Zusterdel of Slingerberg het echte berggevoel. Met een gemiddelde van 7,8% dalen we af met zicht op het dorp en het kanaal.

Etappe 9 (48 km) De Voerstreek:
Ook al zijn we dichtbij het eindpunt van deze route, Maastricht is slechts enkele kilometers ver. We volgen de Heuvelroute en gaan parallel langs het Albertkanaal. Bij Lanaye nemen we de veerpont naar Eijsden (735 km). Zo komen we in de Voerstreek. We fietsen een stukje Zuid-Limburg door en komen uit in Sint-Martens-Voeren (747 km) en de Commanderie van Sint-Pieters-Voeren (749 km). Nu bereiken we het hoogste punt van onze route. Net voor Remersdaal ligt de 286 meter hoge top Hagelstein in het Magnebos (755 km). Deze klim is 2,2 km lang en stijgt gemiddeld met 4,8%. Dit is ook de finish van de Heuvelroute. Via Remersdaal en Teuven (760 km) en Slenaken (761 km) zijn we weer in Nederland. Via het heuvellandschap onder Margraten door en via Cadier en Keer (772) bereiken we eindstation Maastricht (778 km).

Hoogtepunten
Onderstaande lijst is opgesteld zonder de intentie om volledig te zijn. Het doel is om je een indruk te geven van de bezienswaardigheden op of bij de route.
- Tholen: Tholen heeft een historische stadskern, die nog grotendeels omringd is door wallen en vesten. Het gebied binnen de vesten is sinds 1991 beschermd stadsgezicht. Daarmee is het een van de beschermde stads- en dorpsgezichten in Zeeland. Verder telt de stad tientallen rijksmonumenten, zoals de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk, een kruisbasiliek in de Brabants-gotische stijl. Het stadhuis met het oudste carillon van Nederland en de Wallen zijn ook een bezienswaardigheid
- Hulst: Tevens een vestingstad met beschermd stadsgezicht. Hulst profileert zich als de “meest Vlaamse stad” van Nederland. Vooral de bourgondische levensstijl van de stad Hulst heeft aantrekkingskracht op Vlaamse toeristen. Hulst wordt genoemd in het middeleeuwse Van den vos Reynaerde. Het feit wordt gememoreerd met een standbeeld voor Reynaert. Als de vos de passie preekt (boer let op uw eenden) is een humoristische beeldengroep op de Markt. In dit beeld spreekt de vos Reynaerde een zestal eenden toe.
- Sluis: Het stadje Sluis werd in 1944 grotendeels verwoest door geallieerde bombardementen. Ook het unieke Belfort is toen volledig verwoest. Het centrum is echter weer opgebouwd en de omwalling is intact gebleven. In het kleinschalige historische centrum van Sluis bevindt zich het enige Nederlandse belfort. In dit gebouw bevindt zich ook een historisch museum.
- Poperinge: ligt in het dal van de Vleterbeek en kwam tot bloei in de 13e eeuw door de lakennijverheid. In de 16e eeuw werd het een centrum voor de hopteelt. Vanuit de rijke gastronomische traditie is het nu ‘stad van het goede leven.’ De stad kent vele bezienswaardigheden, waaronder 3 gotische kerken en het stadhuis in neogotische stijl.
- Kemmelberg: de één na hoogste berg van Vlaanderen (156 m). Op de berg zijn er sporen uit de Keltische en Romeinse tijd. Op de top van de berg kijkt ‘Den Engel’ treurig uit over een Frans massagraf. Tijdens de Slag om de Kemmelberg (1918) lieten 200.000 soldaten het leven.
- Mesen: De stad telt amper 1075 inwoners en is daarmee de kleinste stad van België. De Sint-Niklaaskerk heeft een opvallende koepelvormig toren. Deze is van ver buiten het centrum zichtbaar en omwille van de vorm spreekt men van de “dikkop” van Mesen. Oorspronkelijk was het de abdijkerk van het Sint Benedictusklooster.
- Menen: een versterkte grensstad aan de Leie die bijna 900 jaar geleden is gesticht. Tientallen monumenten, waaronder het stadhuis en een brouwerswoning. Op de Grote Markt staat het belfort uit 1610, het is een Unesco werelderfgoed.
- Kortrijk: De rivier de Leie stroomt dwars door de historische stad. Kortrijk kreeg er in 2023 ongeveer 1100 inwoners bij en rondt daarmee voor het eerst de kaap van 80.000 inwoners, het is daarmee na Brugge de grootste stad van de provincie West-Vlaanderen. Kortrijk staat bekend als ‘guldensporenstad’ door de gelijknamig slag op 11 juli 1302. Het Sint-Elisabethbegijnhof is een van de belangrijkste bijzonderheden en erkend als werelderfgoed.
- De Tiegemberg: tussen de Leie en de Schelde een van de hoogste toppen (82 m). Aan de zuidflank ontspringt een bron waar geneeskrachtige eigenschappen aan worden toegedicht. Boven op de berg staat de Bergmolen. Een van de helling van de berg, het Vossenhol genoemd, wordt geregeld opgenomen in de Ronde van Vlaanderen.
- Treinstation van Ronse: Ronse geldt als een handelsstad met een provinciaal karakter en een belangrijk regionaal onderwijscentrum met verzorgende functie. Als “Parel van de Vlaamse Ardennen” profileert de taalgrensstad zich als een cultuur-toeristisch centrum. Vanuit hier kan men de natuur van de Vlaamse Ardennen ontdekken. Hierdoor kent Ronse een steeds toenemend dagtoerisme. Het station is een van de oudste stationsgebouwen van het Europese vasteland. Het is een herbouw van het station dat eerst in Brugge stond. Steen voor steen is het per trein vervoert en opgebouwd.
- De Muur en Manneken Pis van Geraardsbergen: bekend van Brussel, maar dit exemplaar is 160 jaar ouder! Nog bekender is Geraardsbergen van de Muur, een 1.075 meter lange kasseien helling. Bekend door de Ronde van Vlaanderen. Het zijn steilst 20% een echt monument.
- Halle: De Zenne stroomt door Halle. Hierdoor maakt de stad ook deel uit van de regio Zennevallei, aan de rand van het Pajottenland. De gotische Sint-Martinusbasiliek is tussen 1341 en 1467 gebouwd in Brabantse hooggotiek. Ze bevat verscheidene kunstschatten, onder andere een miraculeus Mariabeeld. Deze zwarte madonna lokt al eeuwen bedevaarders naar de stad.
- Leuven: Het Groot Begijnhof dateert uit de 13e eeuw en is een ca. 3 ha geordend maaswerk van straatjes, pleintjes, tuinen en parken. Erkend als werelderfgoed. Op de Oude Markt vind je de ‘langste toog van Europa.’ Nergens vind je meer horecazaken bij elkaar dan hier. Op de Grote Markt vind je het monumentale stadhuis, de gildehuizen en de Sint-Pieterskerk.
- Hoegaarden: Het dorp is gelegen in Haspengouw. Het ligt op de samenvloeiing van de Grote Gete en de Schoorbroekbeek. Het ligt ook op een Romeinse heerbaan van Tienen naar Bavay in Noord-Frankrijk. De brouwerij van Hoegaarden is met zijn witbier bekend over de hele wereld.
- Borgloon: het stadhuis uit 1680 is een van de oudste huizen van Limburg. Ooit woonden hier de Graven van Loon. Je vindt in de middeleeuwse kern de Sint-Odulphuskerk. Een gerestaureerde kerk met kerkschatten: het reliekschrijn van Sint-Odilia en de stoel van Sint-Lutgardis.
- Tongeren: Ligt aan de rivier de Jeker in de regio Haspengouw. Vanaf 15 v.Chr. ontwikkelde Tongeren zich als een Gallo-Romeinse burgernederzetting. In de daaropvolgende eeuwen speelde de stad een belangrijke rol in de geschiedenis van de Lage Landen. De Tongerse OLV Geboortebasiliek is een van de mooiste gotische bouwwerken van België. Er werd 300 jaar aan gebouwd. Centraal in het begijnhof staat de Sint-Catharinakerk. Deze vroeg gotische kerk werd gebouwd in 1294. De andere openbare gebouwen van het begijnhof bevinden zich aan de omwalling langs de Jeker. Het centrale plein van Tongeren bestaat uit de Grote Markt. Ook het Stadhuisplein maakt er deel van uit. In het midden van de Grote Markt bevindt zich het standbeeld van Ambiorix. Tot slot is het Gallo-Romeins Museum een bezienswaardigheid.
- Sint-Pieters-Voeren ligt in het Voerdal en bij de plaats liggen de bronnen van de Voer. De belangrijkste bron is De Drink, nabij de Zwaen. De kern van het dorp ligt op een hoogte van ongeveer 150 meter. De Commanderij van Sint-Pieters-Voeren is een kasteel in Maaslandse renaissancestijl in Sint-Pieters-Voeren. Het is een voormalige commanderij van de Duitse Orde.
Van dag tot dag
D.m.v. het fietsdagboek
Tijdens en na afloop van de fietstocht worden de berichten hier opgenomen
Epiloog Vlaanderen Bóven!
Na afloop van de fietstocht worden onderstaande paragrafen gevuld
Plussen en Minnen
volgt
De Statistieken
Hieronder een tabel waarin o.a. opgenomen afbeeldingen van de dagelijkse hoogteprofielen. Is je beeldscherm kleiner dan de tabel? Scrol dan en vergroot eventueel. Op de laatste regel zijn de totalen opgenomen.
De Kustroute is voor 91% verhard, de Heuvelroute voor 95%.
Zwaarte
Fotogalerij
Virtuele tour
Alle video’s worden opgenomen bij de betreffende dagboekberichten.

