
Dag 16: Parijs, met stroop in de benen en een knipoog naar Benidorm
Gisteravond zat ik op een camping met een verhaal. De receptioniste bleek Nederlands te spreken, en dat is niet zomaar. Drieëndertig jaar geleden kwam ze hier aan met haar tentje. Ze werd verliefd op de Franse campingmedewerker. Ze bleef. En nu runt ze samen met hem en hun dochter de camping. Je proeft de liefde voor de plek — net als de pizza tonno trouwens, met als toetje een ijsje uit de streek. Heerlijk.
Naast me stond de Spanjaard met z’n fred. Ik vertelde er gisteren over. Geen vakantie voor hem, maar werk. Oorspronkelijk komt hij uit Málaga. Hij vertelde wat over ruzie met zijn vrouw en zijn liefde voor Holland. Wij ook gek op Spanje, zei ik. “Ben je ooit in Benidorm geweest?


De benen wilden vandaag niet echt. Stroop, zo voelde het. De warmte begint zijn tol te eisen. En Parijs komt niet vanzelf. Zelfs als je autovrij de stad in rijdt, blijven de auto’s naast je razen. Tien banen dik, of – zo voelt het.
En voordat je daar bent, mag je nog even slepen. Een van de oversteken was geen brug over de Seine maar een écluse — een sluis, met trappen. Vijf trappen omhoog, tassen eraf, fiets tillen, weer omlaag. Zeg maar dag tegen je ritme. Ook de bospaden ervoor en erna waren een uitdaging.

Ik betrapte me erop dat ik zat te mopperen op de fiets. En toen… ineens was ik er. Parijs. Maar zelfs dat ging niet zonder hindernissen. De highlights van de stad vragen vooral om veel oversteken. Verkeerslichten lijken hier eerder suggesties dan regels. Alles staat vast, iedereen gaat toch. Maar ineens zie je de skyline en voel je: ik ben er.
Vandaag reed ik onbedoeld weer meer kilometers dan gepland. Nu zit ik in een hotel. Beetje uitgezweet, benen omhoog. Morgen? Eerst uitslapen. Dan fiets ik gewoon een klein stukje verder. Geen haast. De dag mag kort zijn — beter voor de spieren.
Relive
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie