
Dag 17 – Geluiden in de nacht en grandeur in de middag
Ik ben aangekomen in een middeleeuws stadje ten noorden van Parijs: Senlis. Het is zo’n stad waar de geschiedenis je op straat tegemoetkomt. Je ziet oude stenen en imposante gevels. Er is een kathedraal die je even stil doet staan. Hier heb ik een warm onderkomen gevonden in een hotel. De dichtstbijzijnde camping lag nog een uur verder. Deze lag ook nog eens buiten de route. Daar had ik vandaag geen puf meer voor.
De dag begon in een ander hotel, iets noordelijk van Parijs. De kamers waren prima, maar de organisatie was… Frans. Administratie? Niet hun sterkste kant. Ik at mijn ontbijt zonder dat iemand zich afvroeg of ik daar eigenlijk wel voor had betaald. De fiets stond op een eigen parkeerplekje — buiten, op een afgesloten terrein. Volgens de receptioniste volledig beveiligd en onder cameratoezicht. Of ik daarmee gerustgesteld was? Nou, ik hield liever zelf een oogje in het zeil. Vanuit mijn kamer keek ik uit op de fiets. Raam open, fietsalarm aan.

Dat alarm kwam ook in actie. Rond middernacht blies de wind stevig op en gaf mijn fiets een schrille gil. Alles in orde, maar het werkte dus wél. Een dikke onweersbui trok over. Ik werd om acht uur wakker. Ontbijt was er nog net. Schraalhans was hier keukenmeester. Er waren drie croissantjes voor het hele hotel. Ook waren er wat eieren en spek. Er waren een paar yoghurtjes die ik maar meteen inpakte voor onderweg. De koffie? Heerlijk. Gelukkig.
De stad uit fietsend volgde ik het Canal de l’Ourcq — een bekende route voor Parijs-fietsers. Ik was niet de enige. Joggers, wielrenners en andere fietsers vergezelden me een tijdje. Daarna werden de wegen stiller. Op sommige stukken, was de route geblokkeerd. Soms was het te omzeilen, maar één keer lag er zelfs een boom over het pad. Tassen eraf, fiets optillen, klauteren en weer door.

De omgeving veranderde langzaam: glooiende graanvelden en bospercelen wisselden elkaar af. En toen, ineens, die binnenkomst in Senlis. Alsof je een tijdscapsule binnenrijdt. De kathedraal Notre-Dame is indrukwekkend, de straatjes stil en charmant. Mijn benen waren moe, maar mijn ogen hadden het druk.

Na 64 kilometer besloot ik: het is mooi geweest. Hotelbed gewonnen van de kampeerdrift. Vanavond slenter ik door de stad. Ik laat me raken door de geschiedenis. Morgen — op zondag — trek ik verder. Namen is nog zo’n 350 kilometer.
Relive
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie