AO07 Van Ancona naar Bolsena – en straks door naar zee

AO07 Van Ancona naar Bolsena – en straks door naar zee

Van Ancona tot Bolsena – een oversteek vol verhalen

Het idee om Italië over te steken, niet langs de bekende noord-zuidas, maar dwars eroverheen – van zee tot zee – leek me onweerstaanbaar. Een route tussen twee bergen die als poorten naar de horizon staan: de Monte Conero in het blauw van de Adriatische Zee en, veel verderop, het silhouet van de Tyrreense kust. Een pad vol geschiedenis, natuur en ontmoetingen.

De start voelde wat rauw. Op de gemeentecamping bij Ancona, waar we op een postzegel stonden, vlogen de herinneringen door mijn hoofd: “Er gaat niets boven Bolsena,” hoorde ik mijn broer nog zeggen. Toch was de omgeving prachtig. Monte Conero, 570 meter hoog, gaf het startsein. Ik fietste naar Ancona-stad, langs pleinen en de imposante kathedraal. Het avontuur begon: de Italia Coast to Coast-route lag open.

De eerste dag eindigde in Osimo, een stad vol geschiedenis en steile straten. Hoofdloze Romeinse beelden bij het stadhuis maakten het mysterie compleet. Van daaruit doken de heuvels van Le Marche op – en hoe. De maker noemde het eufemistisch “uitdagend”. Mijn benen noemden het gewoon venijnig. Duwend, hijgend en puffend, soms twintig keer afstappen, soms lopend naar boven. Tot de regen kwam. De enige bui in maanden zette mijn camping in San Severino Marche blank. Een Nederlands stel bood onderdak op hun kersverse camping. Hoe gastvrij Italië kan zijn, ervaar je soms juist bij landgenoten.

De Apennijnen vormden de volgende uitdaging. De nachtelijke stortbuien maakten de onverharde route naar Camerino onbegaanbaar. Geen heldenverhalen vandaag, maar gezond verstand: de hoofdweg op. De Monte Alago bood weidse vergezichten. Even verderop dook Nocera Umbra op – en stilte. Totdat ik het pad van Franciscus indraaide. Tien kilometer omhoog, zwetend, zwaaiend naar steekvliegen. De beloning? Een blik op Assisi, badend in toeristen en spiritualiteit, en een zalige afdaling naar Bevagna.

Daarna werd het een verhaal van olijfgaarden, wijngaarden en oude namen. Gualdo, Todi – namen die zingen als je ze uitspreekt. In Todi was het zwaar. Heel zwaar. Met elke 10 meter moest ik stilhouden. De beloning kwam in de vorm van een liter melk – zo lekker kan eenvoud smaken. De klim was pittig, maar de verhalen onderweg maakten alles goed: forten, stadjes en velden vol Sagrantino. Een druif die zijn geschiedenis in wetten en legenden meeschrijft.

De laatste dag: van Civitella naar Bolsena. Het dal van de Tiber gleed voorbij, het meer van Corbara schitterde. Orvieto lonkte, maar mijn fiets protesteerde. Een ratelende versnellingsbak maakte duidelijk: het eindpunt van deze rit wordt Bolsena. De Dritta del Tamburino – een oude Etruskische weg – gaf de laatste tik: stijl, ruig en recht omhoog. Daar, boven het glinsterende meer, voelde ik rust en berusting. De laatste 144 kilometer naar Orbetello? Die moeten wachten.


Vooruitblik: september lonkt

In september pak ik het vervolg op: via Sorano, Pitigliano en Saturnia naar de Tyrreense Zee. Nog twee etappes langs warmwaterbronnen, wijngaarden en bossen eindigen op de Feniglia-tombolo bij Orbetello.

Italië Coast to Coast – het is geen route die je even fietst. Het is een route die je beleeft.

Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?

Geef een reactie

Top

Ontdek meer van FietsKriebels

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder

×