ZMü12 Van pronk en praal naar Beierse stilte (Altendorf – Pfaffendorf)

ZMü12 Van pronk en praal naar Beierse stilte (Altendorf – Pfaffendorf)

Dag 12 – Van lolliestad naar hopvelden



Gisteravond reken ik het nog even uit. Nog ongeveer honderdvijfenzeventig kilometer tot München. Dat betekent vandaag honderd kilometer rijden en morgen een kortere slotetappe naar de eerste grote bestemming van De Grote Zuidwaartse Boog. Waar ik zou slapen? Dat liet ik maar aan het toeval over.

Na 104 kilometer rollen mijn wielen Pfaffendorf binnen. Het is twee uur in de middag. Ik pak mijn telefoon en zoek op Google naar een camping. Een man op de fiets ziet mijn bepakte fiets, mijn zoekende blik en houdt stil.

“Is hier een camping in de buurt?” vraag ik.

“Nee,” zegt hij lachend. “Niet aan de Ilm?”

Hij wijst naar het smalle riviertje naast ons. De “grote” rivier de Ilm.

Hij lacht weer en wijst naar een hotel aan de Hauptstrasse. Ook voor een Hauptpreise waarschijnlijk  zeg ik.

Uiteindelijk boek ik via Booking een Coffee Fellow Hotel. Dat klinkt al goed. Betaalbaar, een eigen keuken erbij — soms voelt luxe onderweg vooral als een pannetje pasta kunnen koken wanneer jij dat wilt.

Om uit het Altmühltal te komen moest er eerst vanmprgen geklommen worden. Vanuit huis, achter de laptop, had ik mezelf daar nog nadrukkelijk voor gewaarschuwd. “Forse klim voor Eichstätt,” had ik opgeschreven.

Ter plekke viel het allemaal reuze mee.

Sterker nog: ik hoefde de ondersteuning niet eens aan te zetten. Ik heb mezelf ondertussen aangeleerd om de eerste twintig kilometer gewoon als biobiker te rijden. Eerst het lijf wakker laten worden. Eerst zelf trappen. Pas later mag de techniek meepraten.

Via Eichstätt fiets ik richting Ingolstadt aan de Donau. De stad ziet eruit alsof iemand een doos kleurpotloden heeft laten ontploffen. Overal gekleurde huizen. Bijna té vrolijk. Een soort lolliestad. Een beetje minder pronk en praal zou misschien ook wel mogen.

Waarschijnlijk probeert de stad daarmee de Donau te compenseren.

Want de rivier zelf oogt breed, grijs en wat afstandelijk. Ernaast loopt een grauw gravelpad dat eindeloos lijkt door te gaan.

Onderweg ontmoet ik twee Franse fietsers. Ze rijden via deze EuroVelo 6 richting Boedapest. Zestig kilometer per dag doen ze. Rustig tempo. Geen haast. We praten even over de Loire, over de Donau en over wat nog komt. Ik hoop voor ze dat de Donau-fietsbeleving verderop mooier wordt dan hier.

Bij Vohburg sla ik uiteindelijk af richting de Ilm-Radweg.

En ineens verandert de dag.

Deze rivier is kleiner. Het landschap vriendelijker. Hopvelden verschijnen. Rustige Beierse dorpen liggen langs de route alsof ze er al eeuwen precies zo bij liggen. Geen grote gebaren meer, geen lolliestad, geen breed water dat indruk probeert te maken.

Gewoon een fietspad, wat groen, een paar kerktorens en de rust van Beieren.Misschien was dat vandaag wel het mooiste moment van de dag: dat de route weer menselijk aanvoelde. Alsof De Grote Zuidwaartse Boog me langzaam verder het zuiden in trekt — niet met spektakel, maar met kleine wegen, hopvelden en een rivier die door een lokale fietser met een glimlach “de grote Ilm” werd genoemd.

Relive

Route video dag 12

Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?

Geef een reactie

Top

Ontdek meer van FietsKriebels

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder

Ontdek meer van FietsKriebels

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder

×