
Dag 13 – Onder de boog van München
De zon brandde vanmorgen al vroeg de hotelkamer in Pfaffenhofen warm. Buiten koelde het ’s nachts nog een beetje af, maar binnen bleef de hitte hangen. Een airco had hier geen overbodige luxe geweest. Ik sliep weinig en onrustig.
Misschien kwam dat ook doordat München dichtbij was.
Om zeven uur reed ik al weg. Voor ontbijt hoefde ik niet meer te zorgen. Gisteren had ik al ‘speise’kwark, aardbeien en — voor het eerst deze reis — een zak gemengde noten gekocht. Fietsvakantie-ontbijt. Simpel, praktisch en voldoende om op gang te komen.
De wegen en stille dorpjes trokken daarna bijna als een waas voorbij. Ik rook gras, soms hopvelden, en ondertussen bleef het landschap vriendelijk maar merkbaar stijgen. Geen grote cols, wel van die klimmetjes die zich langzaam opstapelen in de benen.
En toen was daar ineens de Isar.
Of beter gezegd: de Isar-Radweg. Een bosachtig gravelpad langs snelstromend water. Het stuiterde me definitief wakker. De rivier kolkte naast me terwijl het grind onder de banden ratelde. Alsof de route me nog één keer wilde laten voelen dat ik onderweg was.
Nog twintig kilometer naar München.
Maar zoals wel vaker op fietsvakantie liep het anders dan gepland. Opeens ontbrak er een brug. De route afgesloten. Geen datum wanneer het klaar zou zijn. Geen omleiding. Helemaal niets.
Dus mopperde ik wat op mijn navigatie terwijl ik via industrieterreinen opnieuw de rivier probeerde terug te vinden. Uiteindelijk lukte dat gelukkig. Via parken en drukkere fietspaden schoof de stad langzaam dichterbij. Meer mensen. Meer verkeer. Meer warmte ook.
Bij een REWE stapte ik nog even af. Iets eten kopen. Liever met een volle maag de stad in dan met een knorrende maag over een druk plein lopen. Als alles mee zou zitten, kon ik het halen: vóór twaalf uur op de Marienplatz staan voor het carillon.
En dat lukte.

Precies op tijd stond ik midden op het plein, tussen honderden mensen die allemaal omhoog keken naar de klokken en bewegende figuren van het carillon van het Neues Rathaus. Ik maakte opnames van het geluid, keek om me heen en voelde het langzaam binnenkomen.
Ik was er.
Niet met een trein. Niet met een auto. Maar gewoon op de fiets.
Daarna liep ik door het warme centrum van München, at ergens mijn broodjes op en keek nog wat rond. Vlak voordat ik het plein opliep, kwam ik onder een grote boog door die toegang gaf tot het plein. Dat voelde bijna te toepasselijk om toeval te zijn.
Want daar, onder die boog, werd deel één van De Grote Zuidwaartse Boog werkelijkheid.
Van Zwolle naar München.
Geen lijn op een kaart meer. Geen plan in een spreadsheet. Maar een echte afgelegde route, kilometer voor kilometer bij elkaar gefietst.
Vanmiddag reed ik daarna door naar camping Thalkirchen, een stadscamping in München die volop verbouwd wordt. Ik vond een plekje in de schaduw. Twaalf euro kost het maar. Voor een stadscamping bijna ongelooflijk goedkoop.
De fiets staat stil. De stad ruist op de achtergrond. En ergens voelt München niet als een einde, maar vooral als een nieuw begin van de boog die verder naar het zuiden blijft trekken.
Relive
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie