
Dag 22 – Van waterslang naar bronwater
De klokken van het dorp naast de camping beginnen al om zeven uur te beieren. Ze zijn nog harder dan de techno- en discomuziek die gisteravond tot laat over de velden schalde. Rond een uur of tien was dat ongeveer het laatste wat ik bewust heb meegekregen. Daarna won de vermoeidheid het.
Om half zes ben ik al wakker. Als ik mijn helm opzet, kruipen ook de andere tentfietsers langzaam uit hun tenten.
“Jij bent er al klaar voor,” zegt een van hen.
Dat klopt. Vandaag staat de omgeving van Treviso op het vizier. Maar eerst boodschappen doen. Het is zondag en veel winkels sluiten hier al rond één uur. Op fietsvakantie leer je snel dat openingstijden soms net zo belangrijk zijn als routeborden.
Na een korte afdaling terug naar de route blijkt de eerste supermarkt nog gesloten. Dat betekent een kleine omweg. Geen probleem. Ik ben hier tenslotte om te fietsen. Even later arriveer ik bij een groot centro commerciale. Naast brood, kaas, tomaatjes en een fles water verdwijnt ook een halve liter yoghurt in mijn winkelwagen. Buiten, voor de megastore, eet ik die meteen op. Geen idyllisch Italiaans pleintje, maar gewoon een bankje voor een winkelcentrum. Ook dat hoort bij het leven onderweg.
De nieuwe fles water koop ik niet voor niets. Het water op de camping werd via een lange slang aangevoerd die boven de grond in de zon lag. Waarschijnlijk onschuldig, maar ik voelde me toch prettiger met vers water uit de winkel.
De route voert verder door een vlak en warm landschap. Wijngaarden wisselen af met akkers en kleine dorpen die nog in zondagse rust verkeren. De eerste verrassing van de dag is Portobuffolè. Het historische centrum ligt nog binnen oude muren. Via een fraaie poortboog fiets ik het stadje binnen. Weer een boog onderweg. Sinds het begin van De Grote Zuidwaartse Boog lijken ze overal op te duiken: bruggen, tunnels, stationshallen en nu weer een stadspoort.
Nog mooier is Oderzo, gelegen aan de linkeroever van de Piave. Het grote plein bruist van het leven. De terrassen zitten vol. Families lunchen, vrienden praten luid door elkaar en overal klinkt Italiaans gebabbel. Ik zoek geen terras op. Aan de rivier vind ik een bankje. Daar eet ik een appel terwijl ik luister naar de stemmen om mij heen. Ik versta lang niet alles, maar dat hoeft ook niet. Soms is luisteren genoeg.
In de middag loopt de temperatuur verder op. Treviso komt dichterbij. Mijn overnachtingsplek ligt ten noorden van de stad. Net als gisteren sta ik eerst voor een gesloten hek. Ik druk op de bel. Even later zwaait het open.
Een vriendelijke vrouw ontvangt me bij Agriturismo Terre Bio. In rap Italiaans legt ze uit waar alles te vinden is. Ik begrijp genoeg om te weten dat ik welkom ben. Ik mag zelf kiezen waar ik mijn tent neerzet.
Het terrein blijkt een verrassing. Rijen kiwiplanten zorgen voor diepe schaduw. Kippen scharrelen tussen het groen. In de warme lucht hangt een zoete geur van fruit. Het voelt meer als een tuin dan als een camping.
Dan wijst de eigenaresse naar een kraan.
“Acqua di sorgente.”
Bronwater. Rechtstreeks uit eigen grond.
Ik vul mijn bidons. Het water is helder, koel en heerlijk van smaak.
En dan moet ik lachen. Vanmorgen twijfelde ik nog over water dat via een warme slang werd aangevoerd. Nu stroomt het rechtstreeks uit de aarde omhoog. Het zijn maar kleine details, maar op een lange fietsreis ga je ze waarderen. Daar een camping met paarden en een waterslang. Hier een agriturismo onder de kiwibomen met kippen en bronwater.
Na 96 kilometer zet ik mijn tent op in de schaduw. Boven mij vormen de kiwiplanten een groen dak. De dag begon met kerkklokken die luider waren dan de muziek van gisteravond. Hij eindigt met het zachte gekakel van kippen en een bidon vol bronwater.
De ene fietsdag draait om beklimmingen, tegenwind of onverwachte uitdagingen.
Deze dag draaide om iets anders: genieten van de verschillen. En dat bleek minstens zo mooi.


Relive
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie