
Dag 27 – Van kanaal naar meer
De eerste honderd kilometer van de nieuwe route Milaan–Brig–Genève zitten erop. Vanmorgen verliet ik Milaan. Vanmiddag stond ik aan het Lago Maggiore. Daartussen lag een dag waarop water voortdurend de weg wees.
Milaan uit fietsen bleek verrassend eenvoudig. Al snel reed ik over een breed fietspad langs het Naviglio Grande. Het soort fietspad waarop je ongemerkt steeds harder gaat rijden. Het asfalt is goed, de route overzichtelijk en overal zijn wielrenners. Honderden. Misschien wel duizenden op een zaterdag.
Onderweg passeer ik plaatsjes waar de terrassen al vroeg gevuld zijn. Opvallend genoeg zijn het vaak de wat oudere wielrenners die er zitten. De jongere garde vliegt mij met indrukwekkende snelheid voorbij. Zij lijken onderweg naar een finish. Ik ben onderweg naar Genève. Dat geeft vanzelf een ander tempo.
Langs het kanaal Villoresi komt abrupt een einde aan het snelle fietsen. Het pad is afgesloten vanwege afgevallen takken en omgevallen bomen. Een paar Italianen staan bij het hek. Ik vraag of er een alternatief is. Eén van hen wijst direct de weg en springt op zijn fiets. Voor ik het weet ben ik hem aan het volgen. Terugrijden, een brug over, een smal pad op. Nog een aanwijzing, een laatste handgebaar, en weg is hij weer.
Daarna begint het echte werk.
Van een duidelijke omleiding is geen sprake. Het lijkt alsof men hier heeft besloten dat iedere fietser best zelf mag uitzoeken hoe hij verder komt. Kilometer na kilometer fiets ik op smalle paden tussen waterwegen, zonder precies te weten of ik nog goed zit. Links water, rechts water, af en toe een kruising en nergens een bord dat zekerheid geeft.
Als er een brug is, kun je die alleen op met een steile trap.
Dan zie ik een koppel Engelsen staan. Ze kijken mij aan alsof ik een lokale expert ben en vragen of het pad dat ik net heb gevolgd uiteindelijk goed uitkomt. Ze zijn wat ten einde raad.
Dat blijkt onverwacht goed nieuws. Want als zij die vraag stellen, zijn zij vanaf de andere kant tegen precies hetzelfde afgesloten hek aangelopen. Blijkbaar ben ik niet verdwaald. We zitten allemaal in hetzelfde Italiaanse omleidingsavontuur.
Hun onzekerheid geeft mij vertrouwen.
Uiteindelijk komt alles goed. Opeens ligt daar de Ticino. Een brede, snelstromende rivier richting Lago Maggiore. Nog één keer stuur ik mezelf een veelbelovend paadje op dat volledig is overwoekerd door struiken en hoog gras. Omkeren dus. Maar daarna opent het landschap zich en verschijnt het meer.
Het Lago Maggiore is druk. Terrassen zitten vol. Mensen wandelen langs het water. De middagzon hangt boven het meer en overal klinkt het geluid van vakantie.
Op de camping wacht nog een laatste verrassing.
“Achtendertig euro vijftig.”
“Pardon?”
“Achtendertig euro vijftig.”
Hier hanteren ze alvast Zwitserse prijzen. Blijkbaar geldt dezelfde economische theorie als aan de Italiaanse kust: één persoon bestaat niet. Een kampeerplaats is standaard voor twee personen. Ook als die tweede persoon nergens te vinden is.
Gelukkig zijn de pizzaprijzen nog normaal gebleven.
Dat je het maar weet.
Terwijl ik later uitkijk over het water, denk ik terug aan de stuwen, de kanalen en de rivier van vandaag. Het water kwam de hele dag uit dezelfde richting: uit de Alpen.
En dat is precies waar ik nu ook naartoe fiets.

Relive
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie