

Dag 28 – De zwaarste klim van vandaag had een trap
Vanmorgen werd ik wakker op de camping in Solcia. De dag zou anders worden dan de voorgaande. Geen volledige fietsdag, maar een combinatie van fietsen en trein. Het plan was eenvoudig: naar Domodossola fietsen, daar de trein naar Brig nemen en vervolgens de Rhôneroute oppakken richting het westen.
Dat plan bleek eenvoudiger op papier dan in de praktijk.
De rit naar Domodossola verliep eigenlijk prima. De bergen kwamen steeds dichterbij en ik voelde dat ik een nieuw hoofdstuk van deze reis naderde. In Domodossola kocht ik een kaartje voor de trein naar Brig. De kaartverkoper wees naar het vertrekbord. Perron 4, zei hij.
Mooi. Ruim op tijd.
Alleen bleek er een probleem. De lift was buiten gebruik.
Een stationsmedewerker legde uit dat de politie mij eventueel zou helpen oversteken, maar op dat moment kwam er net een trein uit Zwitserland binnen. Eerst moest er een stroom reizigers langs voor de paspoortcontrole. Ik wachtte op perron 1 en keek af en toe naar de man die mij eerder had geholpen. Die knikte bevestigend richting de politie. Het zou goedkomen.
Uiteindelijk kwam de oplossing. Nou ja, oplossing.
Het is té gevaarlijk over de sporen heen… Laat de tassen maar boven staan, zei de politieman. Eerst de fiets naar beneden. Dan weer omhoog. Daarna de tassen halen.
Dat klonk eenvoudiger dan het was.
Mijn fiets is geen lichtgewicht. Zelfs nadat ik de accu had verwijderd bleef het een fors gevaarte. De trappen waren steil, er was geen fietsgoot en met een vakantiefiets raak je snel uit balans. Eerst de fiets naar beneden. Daarna weer omhoog. Vervolgens terug voor de tassen. Nog een keer naar beneden. Nog een keer omhoog.
Bezweet en enigszins verbaasd over deze internationale spoorverbinding bereikte ik uiteindelijk perron 4.
Daar stonden precies drie mensen te wachten.
Alsof er niets aan de hand was geweest.
Toen kraakte de stationsomroep. Tenminste, dat vermoed ik. Veel meer dan wat onverstaanbare klanken kon ik er niet van maken. Op de informatieborden verscheen geen trein naar Brig, alleen meldingen over werkzaamheden en vervangend busvervoer tussen Milaan en Domodossola.
Ik keek naar een Italiaanse reiziger naast mij.
Hij luisterde even, bromde iets en wees naar de overkant.
“Perron 2.”
Mijn trein vertrok over vijf minuten.
Even overwoog ik om hardop te lachen.
Ik had zojuist al een halve verhuizing uitgevoerd om op perron 4 te komen. Nu moest alles opnieuw.
Dus begon ik maar weer. Tassen naar beneden. Tassen naar boven. Terug. Nog een keer. Toen bleef alleen de fiets over. Ik probeerde hem de trap op te krijgen, maar het lukte niet meer.
Daarom deed ik iets wat ik niet vaak doe.
Ik vroeg..schreeuwde om hulp.
Een sterke man die stond te wachten aarzelde geen seconde. Samen tilden we de fiets omhoog. Even later stond alles op perron 2.
Kort daarna reed de trein binnen.
Pas toen ik zat, viel alle spanning van me af.
De trein verdween de Simplontunnel in en niet veel later stapte ik uit in Brig. Wat een verschil. Geen trappen, geen gedoe, geen kapotte liften. Alles liep geleidelijk omhoog of omlaag. Met de fiets rolde ik bijna vanzelf het station uit en stond ik op het stationsplein.
De zon scheen. Het was warm.
En ik had nog steeds niet gegeten.
Dat werd eerst opgelost met een lunch in Brig. Daarna zette ik koers richting Gampel, waar de Rhôneroute verder door het dal loopt. Ik dacht dat het vanaf daar ontspannen fietsen zou worden.
Mis.
De Rhône had een andere mening.
Er stond een stevige tegenwind in het dal. Zo’n wind die je pas echt opmerkt als je op je snelheid kijkt en ontdekt dat elke kilometer meer moeite kost dan verwacht. De benen draaiden goed, maar de lucht leek voortdurend terug te duwen.
Toch voelde die tegenwind minder zwaar dan de ochtend.
Misschien omdat ik inmiddels wist dat ik onderweg altijd wel weer een oplossing vind. Soms in de vorm van een politieman. Soms in de vorm van een behulpzame onbekende. Soms in de vorm van een trein die uiteindelijk toch vertrekt.
Aan het eind van de middag bereikte ik de camping in Gampel. De tent staat. Ik heb gedoucht. Voor me liggen de Zwitserse bergen. Naast me staat de fiets.
Mijn benen voelen de 84 kilometer.
Mijn rug voelt vooral Domodossola.
En terwijl de avond langzaam over het Rhônedal valt, moet ik glimlachen. Vanmorgen dacht ik dat de bergen het verhaal van de dag zouden worden.
Maar de zwaarste klim van vandaag had een trap.
Relive

Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?

Geef een reactie