
Dag 26 – Eerst een lekke band, daarna Milaan
De dag begint niet op de fiets, maar in een barretje een paar straten verderop. Het hotel waar ik heb geslapen serveert zelf geen ontbijt en werkt samen met een kleine bar in de buurt. Ik ben er nog voor openingstijd, maar de deur gaat toch open. Achter de toonbank staat Paolo. Terwijl hij een cappuccino maakt, praten we nog even over de hagelbui van gisteravond. Op de toonbank verschijnt een brioche met marmelade. Een typisch Italiaans ontbijt: eenvoudig, zoet en snel. Gelukkig heb ik op mijn kamer nog een beker kefir met havermout staan die ik gisteren heb klaargemaakt. Samen moet het voldoende zijn voor de rit naar Milaan.
Terug bij het hotel wacht de fiets in het portaal. Ik hang de eerste tassen aan de fiets en kijk toevallig naar beneden. De voorband staat plat.
Na ruim 2.500 kilometer is daar dan de eerste lekke band van deze reis.
Niet ergens boven op een bergpas. Niet tijdens een stortbui. Gewoon op de ochtend dat ik Milaan wil bereiken.
Dus eerst het wiel eruit, de binnenband vervangen en alles weer inpakken. Daardoor vertrek ik pas om acht uur. Later dan gepland, maar het hoort erbij. Als dit de eerste lekke band in meer dan 2.500 kilometer is, mag ik eigenlijk niet klagen. Hopelijk blijft het ook de laatste.
De hagelstorm van gisteren heeft ondertussen duidelijke sporen achtergelaten. Op de wegen liggen groene bladeren alsof het herfst is geworden in één nacht. Op fietspaden en landweggetjes liggen takken verspreid. Hier en daar zijn complete bermen groen gekleurd door het afgevallen blad.
Toch is het verder een vriendelijke fietsdag.
De route is grotendeels vlak. De temperatuur schommelt rond de 25 graden en de wind houdt zich opvallend rustig. Dat is welkom, want vandaag staat een stevige afstand op het programma. Eigenlijk is Milaan net iets verder dan ik normaal prettig vind, maar ik wil deze stad graag bereiken. Deel drie van de reis voelt alsof het vandaag afgerond moet worden.
De fietspaden blijven een typisch Italiaans verhaal. Mooie stukken worden afgewisseld met minder mooie stukken. Soms fiets ik over strak asfalt, even later zoek ik mijn weg tussen paaltjes, stoepjes en korte onderbrekingen van de route. Het blijft een lappendeken van goede bedoelingen.
Maar dan verschijnt de Adda.
De laatste twintig à dertig kilometer volgen grotendeels deze rivier en dat is misschien wel het mooiste stuk van de dag. Het fietspad is breed, rustig en comfortabel. Geen gedoe, geen onverwachte verrassingen. Gewoon fietsen. De kilometers verdwijnen vanzelf onder de banden terwijl de rivier rustig naast me stroomt.
Milaan komt dichterbij.
Tenminste, dat denk ik.
Want hoe dichter ik bij de stad kom, hoe langer het allemaal lijkt te duren. Buitenwijken gaan over in woonwijken, woonwijken in bedrijventerreinen en daarna weer in nieuwe buitenwijken. Steeds verwacht ik dat het centrum zal verschijnen.
Na verloop van tijd stop ik even om de navigatie te controleren.
Dan ontdek ik wat er aan de hand is.
Mijn navigatie brengt me helemaal niet naar het centrum van Milaan, maar verder richting Turijn.
Ineens begrijp ik waarom de Dom nog nergens te zien is.
Ik overweeg even om alsnog koers te zetten naar het centrum, maar besluit het niet te doen. De kilometers van vandaag zitten in de benen. De lekke band van vanmorgen voelt inmiddels als iets van dagen geleden. Ik ben er eigenlijk wel klaar mee.
Dus volg ik de route naar de camping.
Daar boek ik meteen twee nachten.
Morgen is er tijd genoeg voor Milaan.
Vandaag hoeft er niets meer.
Wanneer de tent staat en ik eindelijk zit, dringt langzaam door wat deze dag betekent. Niet alleen heb ik Milaan bereikt, ook deel drie van deze reis is afgerond.
Van Zwolle naar Milaan.
2.607 kilometer.
17.769 hoogtemeters.
Een afstand die ooit een plan was, daarna een route werd en uiteindelijk een verhaal.
En morgen?
Morgen ga ik eindelijk kijken in de stad waar ik vandaag ongemerkt omheen ben gefietst.

Relive
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie