
Dag 30 – Drieduizend kilometer en een off-day
Vandaag zou zo’n heerlijke oeverdag worden. Een dag van boulevards, terrasjes en uitzicht op het Meer van Genève. Een dag waarop de kilometers vanzelf onder de wielen doorrollen terwijl het water voortdurend naast je ligt.
Het liep anders.
Na een matige nacht word ik wakker met weinig energie. Ik voel me niet echt ziek, maar ook niet fit. Een beetje slap, wat kleine lichamelijke ongemakken, en vooral het gevoel dat de tank niet helemaal vol zit. Na dertig dagen fietsen, veel warmte en meer dan drieduizend kilometer onderweg begint het lichaam voorzichtig van zich te laten horen.
Toch stap ik op de fiets. Het Meer van Genève wacht.
De eerste kilometers zijn prachtig. Het meer schittert in de zon en de bergen vormen een indrukwekkend decor. In mijn hoofd zie ik mezelf al rustig langs de oever fietsen, van plaats naar plaats. Maar na Montreux besluit de Rhôneroute iets anders. De route klimt omhoog, weg van het water. Eerst denk ik nog: vooruit, voor een mooi uitzicht wil ik best een keer klimmen. Maar na de afdaling volgt opnieuw een klim. En daarna nog een.
De route slingert door wijngaarden en dorpen boven het meer. De uitzichten zijn zonder twijfel schitterend. Het blauwe water ligt diep beneden, omlijst door berghellingen en wijnranken. Alleen: vandaag heb ik daar minder geduld voor dan anders.
Op een gegeven moment neem ik een besluit. Ik laat de route voor wat ze is en kies de hoofdweg. Niet van wijndorp naar wijndorp, maar gewoon van plaats naar plaats. Dat schiet beter op en eerlijk gezegd voelt dat vandaag als de juiste keuze.
En het helpt.
Genève komt sneller dichterbij dan verwacht.
In Nyon informeer ik nog even naar de situatie rond Genève. Door de internationale top die deze week plaatsvindt, had ik gehoord dat de stad moeilijk bereikbaar zou kunnen zijn. Het antwoord is geruststellend: extra beveiliging, maar alles blijft toegankelijk.
Dat blijkt ook onderweg. Hoe dichter ik Genève nader, hoe meer politie en militairen zichtbaar zijn. Op kruispunten staan agenten en militairen opgesteld, maar verder gaat het leven gewoon door. Mensen zitten op terrassen, verkeer rijdt af en aan en fietsers volgen hun route alsof er niets bijzonders aan de hand is.
Aan het eind van de middag bereik ik camping Bois-de-Bay, ten westen van Genève. Ik ben er al om drie uur, terwijl de receptie pas om vier uur opent. Geen probleem. Eerst naar de supermarkt voor wat avondeten. Daarna even zitten.
Even niets.
Even bijkomen.
Even nadenken.
De camping maakt geen geweldige indruk. Veel vaste bewoners, caravans die er al jaren lijken te staan en een wat rommelige sfeer. Hier en daar oogt het zelfs wat armoedig. Niet bepaald de camping die je verwacht aan de rand van een internationale stad.
Eigenlijk past het wel bij vandaag.
Een dag waarop het lichaam protesteerde. Een dag waarop de route anders liep dan gehoopt. Een dag waarop de energie niet vanzelf kwam.
Toch staat er aan het einde van de dag een mooie mijlpaal op de teller.
Meer dan drieduizend kilometer onderweg.
Niet met vuurwerk. Niet met een feestelijk bord langs de weg. Gewoon ergens tussen het meer, de wijngaarden en Genève.
Morgen eerst de stad in. Daarna begint een nieuw hoofdstuk van De Grote Zuidwaartse Boog: de Jura-route richting Basel.
Voor vandaag is het genoeg.
Soms… nee, vandaag niet. Vandaag is één gedachte voldoende:
Ik ben er.
Relive
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie