
Dag 31 – Genève achter me, de Jura voor me
De dag begon met klokken.
Niet met een wekker of een alarm, maar met de klokken van de kathedraal van Genève. Terwijl de stad langzaam op gang kwam, liep ik nog even door het centrum. Op verschillende plekken waren wegen afgezet voor auto’s. Fietsers mochten doorrijden. Op een brug zaten fotografen geduldig te wachten. Op wie precies wist ik niet, maar gezien alle extra politie en beveiliging had het ongetwijfeld iets te maken met de internationale top die deze week in Genève plaatsvindt.
Ik maakte nog een paar foto’s bij de beroemde Jet d’Eau. Daarna was het tijd om verder te gaan. Hier begon deel vier van De Grote Zuidwaartse Boog: van Genève naar Basel via de Jura.
Eerst nog langs het meer. Nog even vlak. Nog even vertrouwd.
In Nyon hield ik pauze in een parkje en nam voor het eerst deze reis een zakje ORS. De temperatuur liep alweer richting de dertig graden en ik zweette behoorlijk. Na de hoofdpijn en lichte duizeligheid van gisteren leek het me verstandig mijn lichaam een handje te helpen. Tijdens de lunch keek ik naar de mensen om me heen en naar het meer dat langzaam achter me verdween.
Niet veel later begon de klim.
Of eigenlijk: ik merkte pas later dat hij begonnen was.
De weg kroop ongemerkt omhoog. Huizen maakten plaats voor bossen. De drukte van Genève verdween. De lucht voelde anders. Koeler. Rustiger. Op een bord zag ik Le Vaud staan. Af en toe hoorde ik klokgelui uit een dorpje. Even later de zware bellen van koeien die vrij rondliepen op de hellingen. Het geluid van de dag veranderde langzaam mee met het landschap.
Het klimmen ging eigenlijk best goed. Veel beter dan gisteren. Ik voelde me fitter, had weer energie en vond opnieuw mijn ritme. Misschien iets te veel ritme zelfs.
Want ergens onderweg miste ik een afslag.
Niet omdat de route onduidelijk was, maar omdat ik zo geconcentreerd bezig was met de klim dat ik simpelweg doorfietste. Pas later ontdekte ik dat ik de camping al voorbij was gereden. Dat betekende omdraaien, afdalen en vervolgens weer terug omhoog. Onnodige hoogtemeters, maar inmiddels hoorde dat ook een beetje bij de dag.
Alsof de Jura wilde testen of ik het serieus meende.
Internet hielp dit keer niet. Er was nauwelijks bereik en snel even op Google Maps kijken zat er niet in. Uiteindelijk vond ik toch mijn bestemming: Camping Le Vaud.
Een camping zoals je die wel vaker tegenkomt.
Vrijwel alleen vaste plaatsen. Een eenvoudig tentenveld onder grote beukenbomen. Veel schaduw. Veel rust. De beheerster was druk aan het telefoneren toen ik arriveerde. Ze gebaarde dat ze zo zou komen. Na een paar minuten informeerde ik nog eens voorzichtig. “Bijna, bijna,” zei ze verontschuldigend. De wifi op de camping was plotseling uitgevallen en ze probeerde van alles te regelen.
Bij het afrekenen kwam nog een kleine verrassing. Pinnen kon niet. Een geldautomaat was er in het dorp ook niet. Mijn laatste twintig euro verdwenen daarom rechtstreeks in de campingkas. Op is op.
Gelukkig had het dorp nog een klein supermarktje. Morgen gesloten, vandaag open. Ik vond er precies wat ik nodig had: hamburgers, broccoli en een pak Uncle Ben’s Mexicaans. Geen culinaire hoogstandjes, wel eenvoudig, voedzaam en na een warme klimdag precies goed.
Terwijl ik later onder de beukenbomen zat, dacht ik terug aan de ochtend.
Aan de fotografen op de brug. Aan de politie. Aan de drukte rond de top. Aan de fonteinen en de stad.
En nu zat ik hier.
Geen wifi. Nauwelijks bereik. Koeienbellen in de verte.
De wereld kan op een fietsdag verrassend klein worden.
Maar misschien is dat juist de charme.
Gisteren voelde ik me niet helemaal fit. Vandaag wel weer. En dat is prettig, want morgen begint de Jura pas echt. Dat eerste stukje heb ik eerder gereden, dus ik weet ongeveer wat me te wachten staat.
De klokken van Genève liggen achter me.
De Jura ligt voor me.

Relive
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie