
Dag 4 – Hagen loslaten, Sauerland binnenrijden
Om half zeven word ik wakker van lawaai op de gang. Logerende werklui vertrekken vroeg. Buiten rijden bussen af en aan. Het appartement in Hagen is functioneel, maar koud en kil. Het mist iets wat ik in Wesel, ondanks de lichte staat van verval, juist wel voelde: warmte. Daar voelde ik me thuis. Hier niet.
Na een kwartier naar het plafond staren start ik langzaam op. Gisteravond had ik geen energie meer om alles goed in te pakken. Tassen, kabels, eten — alles ligt verspreid door de kamer. Eerst ontbijt. Half broodje ei, half broodje pindakaas, kruidkoek en koffie. Buiten verzamelen forenzen zich bij bushaltes. En ergens tegenover het station wacht mijn fiets nog in de bewaakte stalling.
Het ophalen van de fiets uit de stalling verloopt gelukkig probleemloos. Dan begint de eerste warming-up voor het Sauerland: tassen sjouwen. Trap af. Nog een keer terug. Nog een tas. Uiteindelijk staat alles weer aan de fiets alsof het nooit anders geweest is.
Pas om half negen rijd ik Hagen uit. Ik wil eigenlijk zo snel mogelijk weg uit de stad, maar tegelijk duurt vertrekken onderweg altijd langer dan je denkt.
De route langs de Ruhr verandert langzaam van karakter. Het water wordt smaller, sneller en wilder. Het landschap begint nu echt te golven. Bochten door bos. Holtes met vakwerkhuizen. Kleine bruggetjes. Het Sauerland dient zich voorzichtig aan.
Onderweg raak ik meerdere keren aan de praat. Tijdens een koffiepauze op een bankje loopt een vrouw met een hond voorbij.
“Waar ga je naartoe?”
“München.”
Ze blijft even staan.
“Nee echt?” En, “ja, het blijft vandaag droog…”
Later bij de Lidl hetzelfde tafereel. Een lange rij voor de gewone kassa’s, terwijl de selfscan volledig leeg is. Binnen twee minuten sta ik weer buiten. Daar wacht echter een man die mijn fiets uitgebreid heeft bestudeerd. Hij praat enthousiast door over accu’s, bagage en afstanden, totdat zijn vrouw hem met een volle winkelwagen letterlijk bij mij vandaan haalt.
“München,” moet ik ook tegen haar zeggen.
Voor Arnsberg vertraag ik bewust. Ik zou nog makkelijk twee uur door kunnen fietsen naar Meschede. Maar ergens voelt het goed om hier te stoppen. Een kleine camping boven Arnsberg trekt meer dan nóg een paar uur op de pedalen.
Bij de Aldi beneden aan de heuvel koop ik snel een paprika, yoghurt en wat eten voor ontbijt. Buiten begint het inmiddels stevig te regenen. Onder de luifel bel ik de camping. Tussen mij en die camping ligt namelijk nog een pittige klim.
Geen gehoor.
Alleen een antwoordapparaat.
Ik neem de gok.
Er zit niks anders op.
De regen zet door terwijl ik langzaam omhoog fiets. Eenmaal boven zie ik onder een afdak een man achter een draaibank zitten. Ik vraag voorzichtig of hij de eigenaar is. Hij mompelt wat, en even later begint hij enthousiast te vertellen over een tipi die hij gebouwd heeft.
“Sonderangebot.”
Daar kan ik vannacht in slapen, zegt hij. Dan blijft mijn tent droog.
Hij neemt me mee het terrein op. De camping bestaat voor 98 procent uit chalets. Helemaal achteraan ligt een klein tentenveld. Daar staat één klein tentje. En daar weer achter, helemaal achter op het terrein, staat de tipi.
Binnen staat een kachel. Er ligt een flinke stapel hout.
Even later sta ik onder de warme douche in het sanitairgebouw terwijl buiten de regen op het doek van de tipi tikt. Achter het tentenveld, tussen de chalets en het natte Sauerland, brandt straks een kachelvuurtje in een tipi die ik vanmorgen nog niet kende.

Van een kil appartement in Hagen naar een warme tipi boven Arnsberg. Blijkbaar schrijft een reisdag zijn eigen slot.
Relive
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie