
Dag 9 – Van heuvels naar de Main
Het was vandaag geen dag van regenbroeken, natte handschoenen of donkere wolken boven het stuur. Nee, vandaag werd ik nat van iets anders: van de hitte. Smeren, drinken, pet op, weer smeren. De zon stond al vroeg hoog boven Beieren en leek de hele dag niet van plan ergens anders heen te gaan.
En toch vloog het voorbij.
Vanuit Kalbach reed ik via de Rhön-Sinntal-Radweg richting de Main-Rhön-Radweg en uiteindelijk de Main-Radweg op. Een overgangsdag dus. Niet alleen op de kaart, maar ook in het landschap. De middelgebergtes verdwenen langzaam naar de achtergrond. Nog één klim. Daarna een lange afdaling richting de Main.
Alsof Duitsland langzaam platter, warmer en zuidelijker werd.
Ik merkte het overal. Pinksteren betekende vandaag dat alles dicht was, maar tegelijkertijd leek iedereen buiten te zijn. Fietsers, motorrijders, wandelaars, kanoërs, oldtimers — het hele land leek onderweg. Gelukkig vond ik in Uttingshofen toch nog een open bakker. Zo’n plek waar je meteen weet: hier moet ik naar binnen. Drie bruine bollen verdwenen direct in de fietstas. Brandstof voor onderweg.
Later kwam ik aan in Gemünden am Main, waar toevallig ook nog een oldtimerrally werd gehouden. Het stadje stond vol glimmend chroom, oude motoren en mensen met zonnebrillen op terrasstoelen. Ideaal moment voor een sanitaire stop. Ik vroeg een passerende fietser waar hier een openbaar toilet was. Hij haalde zijn schouders op en zei dat zijn vrouw gewoon ergens een café was binnengelopen. Dus dat deed ik ook maar. Soms is fietsvakantie niet ingewikkelder dan dat.
Langs de Main reed ondertussen een eindeloze sliert fietsers. Iedereen leek dezelfde richting op te bewegen. Alsof de rivier mensen vanzelf meeneemt.
Aan het einde van de middag dacht ik mijn plek voor de nacht gevonden te hebben. Bij een kanoclub langs de route was een kleine camping. Tenminste… camping. Een zeer oude man met een lange witte baard, halve tanden in zijn mond en een bierglas binnen handbereik snauwde me toe dat ik mijn tent maar ergens moest neerzetten en later moest terugkomen om te betalen. Stroom? Dat moest ik maar regelen bij een caravan ergens verderop.
Hij had iets van een vermoeide kerstman die al lang gestopt was met vrolijk doen.
Ik keek even rond, voelde eigenlijk meteen genoeg en stapte weer op de fiets.
Soms weet je onderweg binnen tien seconden of een plek klopt of niet.
Gelukkig lag Camping Kalte Quelle aan de andere kant van de Main. Eigenlijk zat ik dus al goed. Hobbelend en bobbelend reed ik erheen. Ook daar was het druk. “Eigenlijk hebben we geen plek meer,” zei de receptionist. Maar hij dacht mee. Er werd geschoven, gekeken en uiteindelijk kwam er toch een klein plekje vrij. Vol in de zon, dat wel. Maar met aardige buren uit Frankfurt.
“Die oplader? Geef maar hier.” “Koffietje?” “Ga maar zitten.”
En ineens ben je aangekomen.
Vanavond lig ik op nog maar 375 kilometer van München. Het eerste grote doel van De Grote Zuidwaartse Boog komt langzaam dichterbij. Maar eerlijk gezegd denk ik nu vooral even aan die twee campings van vandaag.
Bij de ene stond een kerstman zonder glimlach.
Bij de andere kreeg ik koffie.

Relive

Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie