
Dag 17 – Bogen, Bretzels en de Drau
Om half zeven word ik wakker van regen op het tentdoek. Het geluid houdt me even gezelschap terwijl ik nog in mijn slaapzak lig. Buiten hangt een grijze lucht boven Mallnitz. Vandaag staat de afdaling naar Villach op het programma, maar voorlopig lijkt het erop dat de regen daar anders over denkt.
Langzaam wordt het minder. Tegen achten is het droog genoeg om de tent af te breken. Nat gaat hij de tas in. Dat hoort erbij. Eerst nog koffie en een bezoek aan de bakker in Mallnitz. Op de deur hangt een bordje: “Only Cash”. Gelukkig heb ik nog wat contant geld op zak. Met broodjes voor onderweg stap ik op de fiets en draai de Alpen-Adria-route weer op.
Vrijwel meteen volgt de beloning voor alle hoogtemeters van gisteren. De route duikt het Mölltal in. De fiets loopt lekker, de snelheid zit er vanzelf in en de bergen schuiven langzaam naar achteren. De zon krijgt steeds meer de overhand. Waar de dag begon met regendruppels op tentdoek, fiets ik nu onder een steeds blauwere lucht.
Onderweg kom ik opnieuw bogen tegen. Inmiddels zijn ze een vast onderdeel geworden van De Grote Zuidwaartse Boog. Bij Möllbrücke zie ik een kleurrijke brug en even later een sierlijke voetgangersbrug die in een mooie boog over de Möll ligt. Alsof iemand een lijn in de lucht heeft getekend en daar vervolgens een brug van heeft gemaakt. Bogen onderweg. Ik blijf ze tegenkomen.
Bij een zelfbedieningsrustpunt koop ik een Bretzel. Als je dan toch in Oostenrijk bent, kun je maar beter helemaal in de sfeer blijven. Het is zo’n eenvoudige pauze die precies goed voelt: een bankje, een Bretzel en een uitzicht op een landschap dat langzaam verandert van hoogalpien naar vriendelijk Karinthië.
Niet veel later verschijnt de Drau naast de route. Breed, snelstromend en indrukwekkend. De rivier begeleidt me richting Villach. Onderweg zijn er nog enkele wegafsluitingen, maar gelukkig zijn er veel fietsers op pad. Samen zoeken we de omleidingen en helpen we elkaar weer op het juiste spoor. Dat is misschien wel een van de leuke kanten van populaire fietsroutes: je bent onderweg alleen, maar nooit helemaal.
Nog voor twaalf uur fiets ik Villach binnen. Een aardige stad, met terrassen, pleinen en een grote kerk. Mooi genoeg om even rond te kijken, maar niet een stad die me direct omver blaast. Na een wandeling haal ik boodschappen bij Hofer. Vanavond staat er broccoli met tortellini, tomatensaus en wat salami op het menu. Een fietser moet tenslotte ook eten.
Daarna door naar Camping Gerli, net onder Villach. Volgens een Belgische camperaar die net is aangekomen, is de chefin inmiddels 84 jaar oud. Aanmelden kan pas om vijf uur. Toch wil ik mijn tent alvast opzetten. In het restaurant zie ik haar zitten eten. Van een afstand maak ik een tentgebaar. Ze kijkt op, begrijpt direct wat ik bedoel en steekt haar duim omhoog.
Meer woorden zijn er niet nodig.
Terwijl de tent staat te drogen in de zon, realiseer ik me dat ik vandaag op zeven kilometer na de grens van 1.500 kilometer heb bereikt. Morgen gaat die mijlpaal eraan. Maar voor vandaag ben ik vooral tevreden met iets anders: het ritme.
Het ritme van een lange fietstocht zit niet alleen in het trappen. Het zit in elke dag opnieuw vertrekken, onderweg zijn en weer aankomen. Ik merk hoe prettig het is om vroeg te vertrekken en rond het middaguur al op de bestemming te zijn. Dan blijft er een hele middag over om te ontspannen, de tent te laten drogen, boodschappen te doen, een blog te schrijven of gewoon even niets te hoeven.
Na regen komt zon. Na klimmen komt dalen. En na een ochtend fietsen volgt een lange middag genieten.
Dat ritme begint inmiddels vertrouwd te voelen.

Relive
Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?


Geef een reactie