TT01 De weg naar Milaan begint in Triëste (Grado – Triëste – Fogliano)

TT01 De weg naar Milaan begint in Triëste (Grado – Triëste – Fogliano)

Dag 20 – Tussen twee routes

Om zes uur gaat de wekker. Niet omdat ik zo vroeg wil vertrekken, maar omdat de weersverwachting onverbiddelijk is. Vanaf zeven uur regen. Ik wil mijn tent droog kunnen inpakken.

Dat lukt net.

Terwijl ik de laatste spullen opberg, beginnen de eerste druppels te vallen. Een uur later fiets ik Grado uit in een gestage regen. De Alpen-Adria-route zit erop. Negentien dagen lang was dat de rode draad van mijn reis. Nu ligt er nog één verbindingsrit naar Triëste voor me.

Regen, regen en nog eens regen.

Toch heeft deze dag twee gezichten. Want zodra ik Triëste bereik, breekt de zon door. Alsof de stad me welkom wil heten.

Triëste maakt indruk. Het voelt een beetje als Genua. Een havenstad tegen de heuvels aangebouwd, druk verkeer, veel mensen op straat en overal het gevoel dat deze stad al eeuwenlang een poort naar de wereld is. Eerst denk ik dat ik op het centrale plein ben aangekomen. Mooi plein, veel leven, vast het hart van de stad.

Niet dus.

Even verderop ligt het echte hart van Triëste: het Piazza Unità d’Italia. Grootser, indrukwekkender en volledig open naar zee. Ik wandel wat rond en lunch bij de lange pier die de Adriatische Zee insteekt. Vanaf daar kijk ik uit over het water. Achter me ligt Grado. Voor me ligt de rest van Italië.

Milaan.

Waarschijnlijk nog een week fietsen.

Het voelt vreemd. Nog maar een paar dagen geleden was Grado het doel. Nu is het alweer geschiedenis en begint een nieuw hoofdstuk.

Vanaf Triëste volg ik de eerste kilometers van de AIDA-route. Nieuwe navigatie. Nieuwe richting. Nieuwe verwachtingen.

Maar ook nieuwe onweersbuien.

Niet veel later schuil ik bij een Pronto Soccorso, de Italiaanse spoedeisende hulp. Terwijl de regen op het afdak trommelt, komen er nog twee fietsers aangereden. Nederlanders.

Ze hebben er zelf al een flinke tocht op zitten. Vanuit Triëste rijden ze naar Bled. Daarna willen ze de Alpen-Adria volgen en uiteindelijk via de LIMES-route naar huis fietsen.

Grappig eigenlijk. Ik kom net van de Alpen-Adria af en vertel over de klim naar Böckstein en de route door de Alpen. Zij staan juist aan het begin van dat avontuur.

Onder het afdak wisselen we verhalen uit terwijl buiten de bui voorbijtrekt.

Dan zegt één van hen iets dat blijft hangen:

“Fietsen elke dag is niet altijd leuk.”

Ik moet lachen. Want na twintig dagen onderweg weet ik precies wat hij bedoelt.

Er zijn dagen met zon, dagen met regen. Dagen waarop alles vanzelf gaat en dagen waarop je vooral doorgaat omdat je nu eenmaal onderweg bent. Maar juist daardoor krijgen de mooie momenten hun waarde.

Na ruim honderd kilometer komt Fogliano in zicht. Er is geen camping op deze route en Udine ligt nog te ver weg. Daarom wordt het een bed & breakfast.

Mijn fiets mag in de keuken staan.

Dat voelt bijna luxer dan een viersterrenhotel.

Bij de Eurospin haal ik boodschappen. Even later zoemt de magnetron terwijl een lasagne warm wordt. Daarna volgt een tiramisu. Buiten rijden auto’s voorbij. In de verte slaat de kerkklok het uur.

Vanmorgen pakte ik een droge tent in voordat de regen begon.

Vanavond eet ik lasagne in een keuken in Fogliano.

En ergens daartussen eindigde een route en begon een nieuwe.

Triëste

Relive

Route video dag 20a

Dag 20b volgt

Ben jij al geabonneerd op onze nieuwsbrief?

Geef een reactie

Top

Ontdek meer van FietsKriebels

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder

Ontdek meer van FietsKriebels

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder

×