|
De afgelopen week stond in het teken van grenzen oversteken. Niet alleen landsgrenzen, maar ook de grenzen tussen landschappen, klimaten en stemmingen.
Waar vorige week de rivieren nog de richting bepaalden, waren het deze week de bergen die het ritme aangaven. De Alpen kwamen langzaam dichterbij, eerst als een blauwe streep aan de horizon, later als een muur van steen waar geen omweg meer omheen mogelijk was. Kilometerslang ging het omhoog, door dalen, langs snelstromende rivieren en uiteindelijk door de tunnel die de noordkant van Europa verbindt met het zuiden.
Onderweg veranderde er meer dan alleen het landschap. De Duitse gezelligheid maakte plaats voor Oostenrijkse bergdorpen, de eerste Italiaanse cappuccino verscheen op tafel en de taal om me heen kreeg een andere klank. Fietsend merk je zulke overgangen sterker dan vanuit een auto of trein. Je voelt ze letterlijk in de lucht, ruikt ze onderweg en ziet ze langzaam ontstaan.
En dan ineens is daar de zee.
Niet als een groot gepland hoogtepunt, maar als een beloning die vanzelf verschijnt na dagen van klimmen, dalen en doortrappen. De Adriatische Zee markeert het einde van een route, maar tegelijk ook het begin van nieuwe verhalen.
In deze FietsKriebelsKrant lees je de etappes terug van een week waarin de bergen achterbleven, Italië dichterbij kwam en de Grote Zuidwaartse Boog opnieuw een stukje begrijpelijker werd. |