|
Deze week voelde als een overgang.
Niet alleen van de Alpen-Adria naar de AIDA-route, maar ook van de rust van rivieren, bergen en campings naar de drukte van Noord-Italië. Waar ik een week geleden nog langs de Drau fietste, met de bergen als decor en het geluid van stromend water op de achtergrond, stond ik vandaag op het plein voor de Dom van Milaan.
Onderweg veranderde het landschap voortdurend. De Alpen verdwenen langzaam uit beeld. De vlaktes van Veneto namen het over. Ik fietste langs wijngaarden, kanalen, historische steden en campings met namen die verdacht veel op elkaar leken. Er waren ontmoetingen met andere fietsreizigers, gesprekken over routes, omleidingen, regenbuien en de vraag waarom we eigenlijk zulke lange afstanden fietsen.
Het was ook een week van contrasten. Zon en onweer. Rustige fietspaden en druk stadsverkeer. Kleine dorpen waar iedereen elkaar lijkt te kennen en miljoenensteden waar je opgaat in de massa. En misschien hoort dat ook wel bij een lange fietsreis: niet elke dag is even mooi, niet elke kilometer even leuk, maar juist die afwisseling geeft kleur aan het verhaal.
Vanmiddag liep ik door de Galleria van Milaan naar het beroemde theater, at een broodje in een park en keek naar de mensenmassa die zich door de stad bewoog. Indrukwekkend, zonder twijfel. Maar eerlijk gezegd voelde de camping aan de rand van de stad daarna als een warm welkom.
Morgen wacht alweer een nieuw hoofdstuk. De route buigt langzaam af naar de Alpen. Richting Domodossola. Richting Zwitserland. Richting nieuwe verhalen.
En dat is misschien wel het mooiste van een fietsreis: zodra je denkt dat je ergens bent aangekomen, blijkt het volgende avontuur alweer achter de volgende bocht te liggen. |